Interview met Anne Kuik

 

Anne Kuik heeft in Groningen gestudeerd en staat nu op nummer 11 van de kandidatenlijst van het CDA. De Studentenkrant sprak haar over haar studententijd, ontgroening, de basisbeurs en de gaswinning.

Kun je iets vertellen over je studententijd?

‘Ik ben hier komen studeren in 2006. Ik ben direct van de middelbare school in Emmen naar Groningen gegaan en ook meteen op kamers gegaan. Ik ging Rechten studeren, ik wist eigenlijk altijd al dat ik dat wilde doen. Het eerste college was Algemene Rechtswetenschappen, meteen in een hele grote bioscoopzaal. In het begin schrok ik wel van de moeilijke woorden, maar later krijg je dat jargon steeds meer in je hoofd. Het was wel een grote stap van de middelbare school, waar je in een kleine klas zit en de leraar je naam kent, naar de Universiteit waar je in zo’n grote zaal college krijgt. Het was dus wel wennen, maar ik vond het meteen een leuke studie. Ik heb ook meteen in het eerste jaar mijn propedeuse gehaald.

Daarna ging ik twijfelen over of ik bij een studentenvereniging wilde gaan. In het tweede jaar ben ik dan ook lid geworden bij Albertus. De aanleiding daarvoor was dat ik in de vakantie iemand was tegengekomen die me aanraadde om bij een vereniging te gaan. Die vertelde dat het leuker was om ook contacten te hebben met mensen van andere studies, en daar is een vereniging perfect voor. Ik zag ook dat ze bezig waren met theater en toneel, en met een lustrummusical en toen dacht ik: daar moet ik bij zijn. Ik ben toen bij een jaarclub gegaan en hoewel ik niet echt een groepsmens ben, vond ik dat wel erg leuk. Ik heb ook bij het Rechtsbureau van de SOG gewerkt zodat ik wat praktijkervaring kon opdoen. Alleen de studie vond ik namelijk vrij droog. Ik vond het dus ook echt wel belangrijk om dingen naast mijn studie te doen, ook voor het opdoen van sociale vaardigheden. Je ziet dat in het leenstelsel studenten erg geneigd zijn om hun studie snel af te ronden en daarnaast misschien een baantje te hebben om alles te kunnen bekostigen. Er is dan minder tijd voor andere belangrijke dingen naast je studie.’

Wil je ooit nog iets doen met je rechtenstudie?

‘Ik ben nu wel indirect bezig met rechten. Rechten is heel breed, en in de politiek heb je ook veel met wetgeving te maken. Ik ben natuurlijk niet opgeleid als specialist, maar ik heb bij elke portefeuille wel voordeel van het feit dat ik weet hoe wetgeving in elkaar zit. Ik weet dan ook dat sommige dingen gewoon niet uitvoerbaar zijn. Dat Wilders zegt dat hij alle moskeeën wil sluiten bijvoorbeeld, dat kan gewoon niet.’

Hoe ben je actief geworden in de politiek?

‘Op de basisschool wist ik al dat ik de gemeenteraad in wilde. Ik heb toen in een schriftje geschreven dat ik als doel had om de stoepen recht te maken voor de toegankelijkheid voor rolstoelgebruikers. En daar ben ik ook daadwerkelijk mee bezig geweest! Toen ik in Groningen ging studeren ben ik meteen naar het CDJA (de jongerenpartij van het CDA) gegaan en heb gevraagd of ik iets kon doen. Ik heb daar toen een bestuursfunctie gekregen. Uiteindelijk ben ik fractieassistent geworden. Met de verkiezingen in 2010 werd mij gevraagd of ik ook mee wilde doen. Toen ben ik op mijn drieëntwintigste in de gemeenteraad gekozen. Toen was ik nog student en liep ik dus campagne. Ik ben in de raad gekomen met voorkeurstemmen. Ik stond op plaats 3, maar we gingen terug naar twee zetels. Ik kreeg dus eerst een telefoontje met het nieuws dat ik er niet in was gekomen, maar een paar uur later hoorde ik dat het toch gelukt was met voorkeurstemmen. Ik heb me tijdens de campagne vooral gericht op studenten, en ik denk dat er dus ook wel veel studenten op me hebben gestemd. Daarnaast was ik de eerste vrouw op de lijst en dat speelt ook mee. Ik had geen ervaring, dus ik was blij dat ik wel die kans kreeg. Later kwamen de sollicitaties voorbij voor de Tweede Kamer. Toen zag ik dat wel als een kans. Ik vind de politiek heel leuk, ik spreek heel veel verschillende mensen en het is heel afwisselend. Ik kom ook graag voor mensen op.’

Heb je het idee dat je als politicus afstand hebt moeten nemen van het studentenleven?

‘Ik vind dat het studentenleven wel erg zwart-wit wordt neergezet, en dat het erg negatief is wat daar allemaal gebeurt. Er zijn natuurlijk ook wel veel dingen gebeurd die echt niet kunnen. Het is behoorlijk negatief neergezet maar ik denk dat dat ook wel met de media te maken heeft. En als daar dan niet goed op wordt gereageerd wordt het alleen maar groter. Het lijkt me ook dat als er geweld wordt gebruikt dat het slachtoffer dan moet worden aangespoord om aangifte te doen. Dan moet er niet gezegd worden dat het wel intern wordt opgelost. Maar ik heb een hele gave tijd gehad, veel verschillende mensen leren kennen en heb geleerd om alles van verschillende kanten te bekijken. Ik heb me bij Albertus hard gemaakt voor het behoud van de studiebeurs voor bestuurders. We hebben ook verschillende politieke avonden georganiseerd waar bijvoorbeeld Balkenende, Donner en Pechtold langskwamen. Het beeld dat de media hebben geschetst doet wel tekort aan de kracht en sociale functie die verenigingen hebben.

Ontgroening is ook een kwestie die erg groot is gemaakt. Het is eigenlijk een soort groepsproces. Tijdens mijn ontgroening is niets ergs gebeurd. Dat hoort ook zo, maar de tradities moeten wel meegegeven worden. En je moet bereid zijn moeite te doen om erbij te horen. Ontgroening zorgt namelijk voor een sterk loyaliteitsgevoel en groepsgevoel. Het kan ook een kans zijn om de sociale functie van een vereniging te laten zien, bijvoorbeeld door schoonmaakacties. Bovendien wordt je er ook assertiever van om voor jezelf op te komen en je grenzen aan te geven. Het probleem is deels onwetendheid, want het is lastig voor buitenstaanders om een beeld te hebben van wat het inhoudt.

De maatschappelijke dienstplicht die het CDA wil invoeren past hier ook wel bij. Dit is een soort uitgebreide maatschappelijke stage, waarbij je je inzet voor een sociaal doel. Jongeren gaan bijvoorbeeld werken bij de politie of in de zorg. De zoon van Sybrand Buma wilde bijvoorbeeld bij de politie meelopen, maar hij had niets geregeld. Hij ging er toen vanuit dat hij wel in de politiek mee kon lopen, maar dat ging natuurlijk niet door. Het enige wat toen overbleef was de kinderboerderij, waar hij het heel leuk heeft gehad. Het idee van deze dienstplicht is dat je iets terug doet voor een ander.’

Hoe ga je om met de toegenomen aandacht?

‘Ik ben wel wat gewend, maar het hangt ook erg af van je instelling. De eerste keer schrok ik er wel van. Toen had ik een voorstel over een sms-systeem dat mensen die kunnen reanimeren zou waarschuwen als er iemand in de buurt was die hulp nodig had. Dit kwam op het nieuws, en de reacties waren niet mals. Sommigen zeiden dat omdat ik van een christelijke partij ben mensen met een hartaanval maar gewoon moest laten sterven, omdat dit moest volgens God. Ik schrok dus wel dat mensen over zo’n voorstel zo lelijk konden doen.

Daarnaast krijg ik ook wel eens opmerkingen over mijn uiterlijk. Ik probeer dan te reageren met een grapje: zo doen we dat bij het CDA, wie de mooiste is, is de baas. Je leert er wel mee omgaan.’

Hoe groot acht je de kans dat je in de Kamer komt?

‘Dat is altijd gek om te zeggen over jezelf. Ik heb natuurlijk afscheid genomen van de gemeenteraad, dus ik ga er wel vanuit dat ik verkozen word. Ik sta op nummer 11 en dat is een verkiesbare plek. Er kan natuurlijk vanalles gebeuren, maar ik heb er wel  vertrouwen in. Je moet natuurlijk wel streven naar zoveel mogelijk zetels om echt iets te kunnen betekenen. En bovendien heeft Nederland een meerpartijenstelsel dat ervoor zorgt dat je een partij nooit al haar standpunten kan uitvoeren.’

Maar stel dat het CDA 76 zetels krijgt in maart, wat gaat er dan als eerste veranderen?

‘Die basisbeurs weer terug natuurlijk! Ik denk dat dat een gemakkelijk punt is om te realiseren. Het is een belangrijke investering in onze samenleving. Ook vanuit een ander perspectief kan het voordeel opleveren: er zijn in Groningen veel baantjes die worden bezet door studenten, maar die heel goed uitgevoerd kunnen worden door werklozen.’

Ga je Groningen missen?

‘Ik blijf gelukkig gewoon in Groningen wonen. Dat vind ik ook wel heel belangrijk, want dan weet ik wat er speelt in de provincie. Daarom sta ik ook op de lijst: zodat ik de belangen van de Groninger en de jongeren kan vertegenwoordigen.

Ik ben wel gewaarschuwd dat mijn hele agenda bezet zal worden, dus het is wel belangrijk om vrije avonden op te eisen. En ik heb natuurlijk de zondag, die ik echt beschouw als rustdag. Daar wil ik me ook voor in blijven zetten. Je ziet namelijk dat ondernemers nu vaak een boete krijgen als ze op zondag niet open willen gaan. Deze kleine bedrijven moeten ook beschermd worden en daar heeft de overheid een verantwoordelijkheid in.

Een punt dat hiermee samenhangt zijn flexcontracten. Dit is voor jongeren vaak een probleem, omdat ze geen zekerheid kunnen opbouwen. We willen de kloof tussen flex en vast overbruggen, bijvoorbeeld door middel van tijdelijke contracten voor vijf jaar.’

Hoe sta je tegenover de gaswinning?

‘Die kwestie heeft volgens mij gezorgd voor een grote kloof tussen de politiek en de inwoners. Veel partijen wilden destijds alleen maar meer onderzoek doen naar of er een relatie was tussen de gaswinning en de aardbevingen, terwijl dat allang duidelijk was. Dat was dus gewoon uitstelgedrag. De politiek moet wel ingrijpen als dingen glashelder zijn. Ik kan me heel goed voorstellen dat veel mensen zich onveilig voelen.

Daarnaast hebben we te maken met een gebied dat tevens te maken heeft met krimp. Dit versterkt elkaar. Het wordt steeds moeilijker om je huis kwijt te raken. Mensen moeten natuurlijk niet het idee hebben dat Groningen geen leuke plek is om te wonen. Dit vergt wel investeringen. Allereerst moeten de huizen scheurvrij en aardbevingsbestendig gemaakt worden. Daarna moeten we het gebied weer aantrekkelijk maken, bijvoorbeeld door middel van bedrijvigheid en duurzaamheid.’