Anderhalvemeterstudentenleven: Digitale Introductieweken

Weten wij het nog? Een student zal groots en meeslepend leven, zowel op sociaal, cultureel als academisch gebied? Vorige week maakten wij een uitstap naar het asociale gebied, waar ik als stuko-moraalridder vanuit mijn ivoren toren jullie als studenten toesprak. Die hoogdraverij is inmiddels voorbij. Kortom, we behandelen het sociale gebied van het studentenleven!

Bij het sociale aspect denk je al gauw aan zuipen, dansen en versieren. Dat is echter wel een zeer beperkt gedachtegoed, dat de werkelijkheid geen recht doet. Nee, ook het sociale studentenleven vindt plaats op hoog niveau: onder het genot van bier discussiëren studenten over een breed scala aan onderwerpen en zagen zij aan de poten van de gevestigde (morele) orde. Uiteraard vindt er in die context ook regelmatig een bierestafette plaats, hoewel dat in ons anderhalvemeterstudentenleven inmiddels een nieuwe betekenis heeft verkregen.

Groots en meeslepend leven, dat is het uiteindelijke doel. De vraag blijft echter, hoe je aan zoiets begint. De meesten van ons beginnen het groots en meeslepend in de KEI/ESN-week. Een uitzondering daargelaten, die om burgerlijke redenen pas na enkele jaren durft te pootjebaden in het studentenleven. 

Afijn, dat ultieme begin van studentengeluk staat nu onder druk. Immers, de KEI/ESN-week kan door de huidige maatregelen geen doorgang vinden. Dus geen hossende meute aspirant-studenten op de Grote Markt, meedeinend op Het Gras Van Het Noorderplantsoen. Maar ook geen potentiële sjaarzen die in paniek de huisarts opbellen, bang voor een corona, wat achteraf hun eerste kater blijkt te zijn. De eerste digitale KEI/ESN-week zal dus volgen!

En bij het organiseren van een digitale introductieweek komt de student-eigen inventiviteit om de hoek kijken (zie vorige column). Waar de doorsnee mens problemen ziet, ziet de student kansen. Zo heb ik inmiddels al anderhalvemeterborrels, anderhalvemeterhospi’s en anderhalvemeteranytimers voorbij zien komen. Het gemak dient de mens. Nu is het aan de studentenverenigingen om hun inventiviteit te bundelen, in het ultieme digitale kennismakingsplatform voor internationale studenten. Denk bijvoorbeeld aan open avonden via Zoom (in de vorm van een silent disco), aan gênante skype-sessies waarin het promo-team zich zo goed mogelijk probeert voor te doen, of aan vrijmibo-bezorgingen via de lokale bierbrouwerij. Alles is mogelijk, niets is te gek. Voor kwakkelende organisaties is dit de kans om zichzelf opnieuw uit te vinden. Aan ons de uitdaging om die kans met beide (gehandschoende) handen aan te pakken.

Maar uiteindelijk zullen wij terug moeten naar een fysieke introductieweek. Op den duur, althans. De vraag is echter of dat in de ouderwetse vorm moet. De KEI-week kost meer dan een ton per jaar; de ESN Introduction Week nog ruim 50.000 euro aan onderwijsgeld daar bovenop. Nederlandse studenten leren de stad kennen in de tweede week van augustus, internationale studenten in de vierde week van augustus. Los van de praktische bezwaren, is het toch bezopen dat een studentensamenleving in twee delen de stad leert kennen? We studeren in 1 stad, laten wij dan ook tegelijkertijd de stad leren kennen. Dat is niet alleen leuker, maar scheelt ook kostbaar onderwijsgeld! Een studentensamenleving, dus ook een introductieweek.

Met dat gedachtenexperiment besluit ik deze column. Denk eens positief. Dus in eenheid, in plaats van verdeeldheid. Er is geen onderscheid tussen Nederlandse en buitenlandse studenten. In de komende jaren zal de meerderheid van de Groninger studenten op uitwisseling gaan, of zelfs hun volledige opleiding in het buitenland volgen. Ook zullen opleidingen steeds vaker in samenwerking met buitenlandse universiteiten worden aangeboden. Uiteindelijk zijn wij dus allemaal een internationale student.