Album Review: Spirit of Eden van Talk Talk

Op de middelbare school raadde een jongen uit mijn klas Spirit of Eden aan, een album van de band Talk Talk. “Volgens sommigen is dit het beste album aller tijden…” Voegde hij hier serieus aan toe.
Toen ik thuiskwam luisterde ik meteen het album. Het begon met een trompettoon, die verlegen klonk. Deze herhaalde zich een paar keer, elke keer heviger dan de vorige tot op de achtergrond een viool werd ingezet. Na de viool kwam een ruis van gitaargeluiden, die de viool en trompet bijna naar een climax bracht totdat deze eindigde in een stilte. Vanuit de stilte kwam een geluid van een vijl die iets leek te slijpen. Hierna klonk er weer een stilte. Na de stilte breekt het nummer open door een solo van een elektrische mondharmonica die, ondersteund door violen, trompetten en elektrische gitaren de gebroken climax van tevoren aan elkaar lijmt. Dit zijn de eerste vijfenveertig seconden van The Rainbow, het eerste nummer waar het album mee opent.
In plaats van mezelf in dit poëtische gereutel te verliezen, zal ik vertellen hoe dit album tot stand is gekomen en waarom het met recht als een van de beste album aller tijden wordt  beschouwd.

Toen het album af was en ze het aan hun manager lieten horen, barstte die in tranen uit.

Talk Talk werd populair in de jaren tachtig met door synthesizers geleide dancebeats en singles als “It’s My life”. Hoewel ze toen al een echte sound hadden en zeker niet doorgingen als een ‘gewoon jaren tachtig bandje’, was de zanger Mark Hollis niet tevreden. Hij wilde iets nieuws creëren. Iets dat het fundament van de toen bestaande popmuziek als een sloophamer aan diggelen zou slaan.  Voor Spirit of Eden, het album dat dit ambitieuze doel zou moeten waarmaken, werden synthesizers verboden verklaard in de studio. Hollis was helemaal klaar met de uitgemolken synthetische klanken en wilde voor Spirit of Eden slechts akoestische instrumenten gebruiken, met uitzondering elektrische gitaren.
In een oude kerk zocht Talk Talk hun toevluchtsoord, waarin ze zich opsloten met hun instrumenten en ideeën. Hollis nodigde allerlei verschillende soorten muzikanten uit. Trompettisten, Violisten, Mondharmonicaspelers, hoboïsten, saxofonisten… ga zo maar door. Hij liet de uitgenodigde muzikanten uren improviseren om maar een paar seconden van hun spel te gebruiken. Nadat het album was opgenomen werd er gezegd dat slechts tien procent van het opgenomen materiaal was gebruikt. Het materiaal dat deze ernstige selectie had doorstaan werd grondig in de studio gereconstrueerd door Hollis en de producer van de band, Tim Fries-Geene. Als twee architecten die naast het ontwerp van een huis ook bepalen wat voor bakstenen gebruikt worden, hoe het meubilair eruit gaat zien en welke bloemen in de tuin worden geplant, inspecteerden de twee muzikanten alle details van het album. Ze legde lagen op lagen: trompet boven gitaar, stem boven violen, alle instrumenten tegelijkertijd of elk instrument zo zacht dat een nieuw soort stilte ontstond. De creativiteit spat ervan af, bijvoorbeeld wanneer de bel van een koe te horen is om het begin van een refrein aan te geven.
Wat het album zo bijzonder maakt, is dat het niet gemaakt klinkt. Je zou denken dat het overdreven produceerwerk het album te gelikt zou maken, of juist houterig en onnatuurlijk. Maar het album is speels en vrij, alsof het de dromen van een kind voorstelt in plaats van de nauwkeurige berekeningen van twee geniale muzikanten. Dit komt vooral door de stiltes die ze laten vallen. Stilte is de leidraad van het album. Na elk nummer is er wel een seconden of tien aan stilte, waarna het volgende instrument zijn intrede doet. De stilte geeft ruimte aan de details. Het zachte gefluister van het orgel of het langgerekte zingen van de viool komen het best tot hun recht als ze ontstaan uit stilte.

Waar het album muzikaal complex is, is het woordelijk minimaal. Per nummer zijn er niet meer dan tien regels, die soms als gemompel, echo’s of hees gezang klinken. De stem van Hollis verdwijnt in de muziek, dompelt onder, maar komt altijd boven, alsof zijn stem een boot op zee is in een oneindige mist. Zijn stem is onderdeel van de instrumenten. Bij de meeste (pop)muziek vertelt de zanger het verhaal van een nummer. Dat is bij Spirit of Eden niet het geval. De muziek vertelt zijn eigen verhaal en de stem is hier slechts een bijfiguur. De betekenis van de woorden is minder belangrijk dan de manier waarop ze klinken. Hollis rekt de fonetische klank van de woorden die hij zingt soms zo uit, dat ze geen woorden meer zijn, slechts klanken.
Hoewel de teksten geen belangrijke rol spelen in Spirit of Eden, heeft Hollis er toch ontzettend veel tijd aan besteed. Aan sommige teksten besteedde hij maanden. Dit hoor je erin terug. De teksten zijn simpel gevormd maar lijken (als je erop gaat letten) een spirituele, emotionele betekenis van de zanger uit te dragen. Bijvoorbeeld in het nummer ‘Eden’, zingt hij in het epische refrein: “Everybody needs somebody to live by.” In deze simpele bewoording legt hij de essentie van eenzaamheid uit, uitgedrukt in een hese schreeuw die hij uit het diepst van zijn longen en ziel perst. In het nummer ‘I Believe in you’ zingt Hollis over de langdurige heroïneverslaving van zijn broer, die kort na het album overleed: “ A time to sell yourself/A time for passing,” zijn de droevige, veelzeggende woorden over het tragische lot van zijn broer. Of in het laatste nummer van het album, ‘Wealth’, onder een rustgevend orgel: “Create upon my flesh/ Create approach upon my breath/ Bring me salvation if I fear/ Take My freedom”. Neem mijn vrijheid, zegt Hollis. Voor alles is Spirit of Eden een greep naar vrijheid. Hij wil geen muziek maken voor anderen, muziek gebonden aan kinderlijke verwachtingen. Hij wil zijn eigen muziek maken, muziek die zijn dromen weerspiegelt.De grootste verwachtingen die Hollis van het album had, kwamen niet uit. Toen het album af was en ze het aan hun manager lieten horen, barstte die in tranen uit. Niet omdat hij de muziek zo mooi vond, maar ook omdat hij wist dat het album niet zou verkopen. Daarin had hij gelijk. De fans van Talk Talk waren hits gewend. De nummers op Spirit of Eden zijn rond de zeven minuten lang, vol stiltes en soms wat obscure klanken. “Dit is niet dansbaar”, dachten de fans verontwaardigd. Het was nauwelijks pop te noemen. Het publiek was nog niet klaar voor deze nieuwe vorm van muziek, waarin experimentele en klassieke muziek samen met jazz perfect combineren.
Verwacht niet Spirit of Eden in een klap geweldig te vinden. Het album luistert nauw. Het behoeft een lege kamer, een leeg hoofd, gesloten ogen en misschien een jointje of twee (als je daar van houdt). Maar ook als je Spirit of Eden niet op waarde kan schatten, is het makkelijk te horen hoe vernieuwend het album is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.