Recensie: solliciteren 

Het is nu al een aantal weken de realiteit van de dag. Sollicitatiebrieven schrijven, C.V. updaten en afwijzingen incasseren. En ik kan je vertellen: het bevalt slecht. Heel slecht. Als ik jullie, Groningse studenten bij wie hopelijk nog een paar jaar aan studie voor zich uitstrekt, een advies mag geven dan zou dit het zijn: laat het zo lang mogelijk duren. Studeer niet af. Volg nog eens een extra vakje. Kijk ome DUO nog eens lief aan. Sleep je nog eens naar werkcollege. Alles om dit zo lang mogelijk uit te stellen. Dit vreselijke leed dat solliciteren heet. 

 De ellende begint allemaal bij het afstruinen van vacaturewebsites. De ene werkgever stelt nog vreemdere eisen dan de vorige. Minstens drie jaar ervaring bij een startersfunctie? Normaalste zaak van de wereld. Extracurriculaire activiteiten gedaan, maar ook nominaal gestudeerd? Wen er maar aan. 

 Dan begin je, met lood in je schoenen, toch maar met het schrijven van een brief. Maar wat is nu een geschikte aanhef? En wat moet je in godsnaam als eerste zin gebruiken? Niemand die het weet. En terwijl je schrijft, weet je het eigenlijk al: dit wordt niks. Desondanks vis je je C.V. uit de krochten van je computer en druk je op send. Op hoop van zegen. 

 Vervolgens stromen de afwijzingen binnen. En dat zijn geen mailtjes met constructieve feedback, nee, dat zijn nietszeggende, overhaast getikte berichtjes die soms niet eens aan jou gericht zijn. En wanneer je dan al je moed bijeen hebt verzameld en een bedrijf opbelt met het verzoek om terugkoppeling, geven ze niet thuis. “Meer kunnen we er niet van maken.”