Gluren bij de Buren: Nederland

Emma Vos heeft een Nederlandse papa en een Franse mama. Een paar jaar geleden heeft ze het in haar hoofd gehaald de zuid-Franse kust te verlaten voor die van Terschelling en is ze in Nederland komen studeren. En als je haar mag geloven gaat het je niet in de koude kleren zitten. Van tête de la fromage naar kaaskop, Emma vertelt hoe het is om als buitenlandse in ons kikkerlandje te komen studeren.  

“Je komt uit Frankrijk? Oh wat leuk! Maar waarom kom je dan in Nederland studeren?”

Ja waarom ook niet? Ik bedoel, het heeft best wat voordelen. Hier is de kans op een zonnesteek toch een stuk kleiner. Oh, en hier krijg je nooit een nul op je tentamen omdat het wordt gewaardeerd dat je de moeite neem om aanwezig te zijn en je naam zonder spelfouten kan schrijven. Dus heb je minstens een 1! Je kan de Nederlandse cuisine ervaren, dat is pas geweldig. Die vind je namelijk echt alleen in Nederland. Ten minste, ik ben nog geen Nederlands restaurant in het buitenland tegengekomen zoals je een Italiaanse, Franse of Chinese kan vinden. Aardappelen, groenten en vlees, het liefst met een beetje appelmoes. Of een heerlijk broodje dat lekker klef is geworden na een hele ochtend in een boterhamzakje te hebben doorgebracht. Gat in de markt dit. Echt.

Of ik wel kan fietsen? Ja kijk, dat heb ik door de genen van (mijn Nederlandse, red.) papa gekregen. Maar ik zal je vertellen: ik doe dat niet voor mijn plezier. Want hoe dan ook, je hebt wind tegen. Eigenlijk moet ik niet zo negatief doen, want je komt niet altijd natgeregend aan en je handen zijn niet altijd vastgevroren aan je stuur.

Gelukkig kun je wel weer met een biertje opwarmen in het café. Dat ene biertje waar je het bij zou houden en dan weer naar huis gaan. Het probleem is dat het altijd veel te gezellig is in de Nederlandse kroegen. Het is een uitdaging om het bij eentje te houden. Meestal lukt dat niet. En daar sta je dan, (lichtelijk) aangeschoten met je biertje in de hand een gesprek te voeren met zo’n lange sliert van circa twee meter die je met zijn Nederlandse charme probeert te versieren. Ten minste, je probeert een gesprek te voeren. Want het is je ook wel opgevallen: hoe meer vloeibaar goud er in het spel is, hoe moeilijker het wordt om elkaar te verstaan. Dan heb ik het niet eens over het achtergrondgeluid die over het algemeen niet meehelpt. Ik snap er vaak dus helemaal niks van en vraag om herhaling. Niks aan de hand, tot dat het tot drie keer toe gebeurt. Dan wordt het ongemakkelijk. Lief lachen en ‘ja’ knikken werkt goed om ervan af te komen. Soms ook ‘nee’ voor de afwisseling, zeg maar. Het werkt. Meestal. Tot dat iemand jou een open vraag stelt.

”Wil je ketchup of mayonaise?”

“Ja”

Dat is dan wel een beetje raar.

Oh en wat dacht je van de Nederlandse liedjes die iedereen meezingt en waarvan je de tekst niet kent. En eerst ook niet snapt. Toch maar een poging wagen. Playbacken lijkt dan een goed idee. Valt niet op, denk je dan. Blijkt dat het dus wel erg opvalt. Lijk je net een karakter van een serie die slecht gedoubleerd is. Goed je hoopt dan maar dat het schattig is (niet).

Emma Vos-Franse studente in Nederland