DAG Pluralisme, Hallo Populisme 

Er dwaalt een spook door de wereld – het spook van het populisme. Vrijwel alle recente verkiezingen worden geteisterd door nieuwe bewegingen, die als populistisch bekend staan. Vanaf maandag 15 mei beginnen hier de universitaire verkiezingen. Wat is het populisme en is moeten we tijdens de U-Raad verkiezingen ook vrezen voor ‘het gevaar van het populisme’?

 

Het populisme wordt doorgaans gezien als een aantal simpele ideeën die een aantrekkingskracht hebben onder laagopgeleiden en gericht zijn tegen de gevestigde orde, de machthebbers. Deze zienswijze geeft een vertekend beeld van het populisme. De bovengenoemde elementen zijn namelijk niet toepasbaar of niet uniek voor deze politieke stroming.

Allereerst is het onjuist dat de populistische achterban bestaat uit laagopgeleiden: peilingen van TNS Nipo laten zien dat een aanzienlijk percentage van middelbaar- of hoogopgeleiden stemmen op de PVV. Daarnaast is het verzet tegen een gevestigde orde evenmin een geschikt kenmerk van het populisme. Een kritische houding jegens de machtshebbers is een fundamenteel onderdeel van de democratie als geheel: van ons burgers wordt verwacht dat wij de elite in de gaten houden en hen afstraffen tijdens de verkiezingen als zij het verkeerd doen.

Wat is het populisme dan wél? Een exacte definitie is moeilijk te geven. Het populisme op zichzelf is namelijk wat politiek wetenschappers een ‘dunne ideologie’ noemen: een politieke stroming die geen visie heeft op hoe de politiek, economie en samenleving als geheel moet worden ingericht. De populist wil de elite verjagen, maar heeft geen eenduidig antwoord op de vraag wie hen moet vervangen. Doorgaans wordt de populistische ideologie daarom aangevuld met een ‘dikkere’ ideologie – een socialistische, liberale of nationalistische – waardoor het bestaan van uiteenlopende populistische bewegingen mogelijk is.

Hoewel een alomvattende definitie van populisme onmogelijk is, bestaan er wel enkele kenmerken die het populisme onderscheiden van andere politieke ideologieën. Volgens Cas Mudde, Nederlands politiek wetenschapper gespecialiseerd in politiek extremisme en populisme in Europa, is het eerste kenmerk de verdeelstrategie. Populisten delen de samenleving op in twee groepen: een gelijksoortige groep die zij als hun achterban zien en vaak wordt aangeduid als ‘het volk’, met daarnaast een alomvattende vijandige groep: de rest.

Het tweede kenmerk van het populisme, is volgens Mudde, dat alleen de belangen van de eigen achterban als gerechtvaardigd worden gezien. Hierbij worden de eigen waarden als superieur gezien en de waarden van de tegenstanders als ongerechtvaardigd, ondemocratisch of ‘niet in lijn met het volk’ geacht. Hierin onderscheidt het populisme zich van andere ideologieën en om deze reden wordt het populisme door sommigen als een gevaar voor de liberale democratie gezien.

Dit systeem is namelijk gebaseerd op het ‘pluralisme’ – het idee dat de politiek bestaat uit vertegenwoordigers van verschillende groepen met uiteenlopende en soms tegenstrijdige belangen, maar dat deze belangen allemaal op goede gronden steunen en gerechtvaardigd zijn. D’66 bedient bijvoorbeeld de progressieven terwijl de VVD opkomt voor het bedrijfsleven. Hoewel D’66 het niet eens is met de belangen van VVD-aanhangers, worden deze belangen door D’66 erkent en serieus genomen. Hierdoor zijn onderhandelingen en compromissen mogelijk. Volgens Mudde zijn populisten daarentegen niet pluralistisch: “Alleen de belangen van één groep, hun achterban, worden als legitiem gezien.”

Als we met deze twee elementen een blik werpen op de campagne-uitingen van de partijen die deelnemen aan de verkiezingen voor de Universiteitsraad, is er één partij die in het oog springt en waarin het bovengenoemde het duidelijkst in tot uitdrukking komt. Om de hiervoor beschreven theorie concreet te maken, zal ik proberen een aantal van deze elementen te ontwaren.

De Democratische Academie Groningen (DAG) doet dit jaar voor het eerst mee aan de verkiezingen en publiceerde na de oprichting het stuk Waarom de komst van DAG noodzaak is. Het kernidee van deze beweging is dat studenten en medewerkers van de universiteit meer inspraak moeten hebben. Hoewel ik het, als schrale Letterenstudent, grotendeels eens ben met het programma van deze partij, bevat de wijze waarop deze partij zichzelf presenteert populistische elementen. De studentensamenleving wordt door deze partij verdeelt in twee groepen. Daarnaast worden alleen de waarden van de eigen achterban, namelijk democratisering, door DAG gepresenteerd als gerechtvaardigd en al het overige belachelijk gemaakt.

De tweedeling die DAG aanbrengt is tussen enerzijds de kritische, onafhankelijke en vooral democratische student, die zij tot hun achterban rekenen: de “kritische student, die onze waarden delen.” Anderzijds bestaat een vijandige groep, de “rendementsgerichte en bedrijfsmatige” ambtenaren en universiteitsbestuurders, die niet openstaan voor een discussie over “fundamentele waarden.” Als wij, het electoraat, deze vijandige groep in het zadel houden, zo schetst DAG het doembeeld, dan “komt de grote maatschappelijke verantwoordelijkheid die een academische gemeenschap heeft in het geding.”

Vrijwel elke politieke beweging heeft een vijandige groep waartegen zij strijden, kenmerkend voor DAG is echter dat zij alle facetten van de studentenvertegenwoordiging onlosmakelijk verbinden met deze vijandige groep. Doordat de overige studentenpartijen, volgens DAG, zich te veel richten op “oppervlakkige zaken” hebben zij een “impliciete overeenstemming met de visie van universiteitsbestuurders: dat de studentenmening niet belangrijk is.” Volgens DAG is er voor ons ‘kritische studenten’ niets te kiezen: er is maar één echte vertolker van de wil van het volk. . . Ik bedoel natuurlijk, kritische studenten.

Deze visie op studentenpolitiek, waarin DAG als enige een strijd voert tegen een bureaucratische moloch, wordt gecombineerd met het ridiculiseren van de ideeën van andere partijen die belangen behartigen die verschillen van DAG. Studentenvertegenwoordiging die zich niet zoals DAG bezighouden met abstracte zaken als ‘democratisering’ en ‘fundamentele waarden’ maar praktisch georiënteerd zijn, worden niet legitiem geacht en afgedaan als “oppervlakkig” en “onbenullig”. Bij haar oprichting stelt DAG tevens dat “het studentenbelang nu niet daadwerkelijk wordt behartigd.” Als we de aankondiging van de nieuwe studentenpartij mogen geloven dan kunnen de complexe problemen op de universiteit enkel en alleen opgelost worden middels hun eigen voorstel, namelijk grotere inspraak van medewerkers en studenten.

Hoewel ik van mening ben dat verdergaande democratisering een juist voorstel is, laat de wijze waarop dit gepresenteerd wordt geen ruimte voor discussie of andere visies op studentenvertegenwoordiging. Als we aan de hand van de theorie van Cas Mudde over het populisme de uitingen van DAG bekijken, zijn daarin een aantal elementen duidelijk herkenbaar. Het wereldbeeld dat DAG schetst, waarin een absolute strijd van wij-tegen-de rest gesuggereerd wordt en alleen de eigen belangen als gerechtvaardigd te boek staan, maakt een open discussie over hun eigen agenda onmogelijk. Dit kan een ironische uitwerking zijn van een partij wiens doel het is om “brede discussie onder studenten op gang te brengen.”

Reageer ook