Anderhalvemeterstudentenleven: Over het links/rechts debat

De verkiezingen komen eraan. Dat merk je aan alles. De peilingen zijn dagelijks onderwerp van gesprek en de politici in Den Haag geven meer gratis bier weg dan de gemiddelde studentenkroeg tijdens de KEI-week. Alles wordt uit de kast getrokken om de zwevende kiezer te doen gronden en sommige partijen halen hun kroonjuwelen door het slijk. En met zelfs de VVD die pleit voor een verhoging van het minimumloon rijst de vraag: is links het nieuwe rechts?

Daar kunnen we kort over zijn, dat is het niet. Nu zou ik hier mijn column kunnen beëindigen, maar laat ik mijn standpunt ook onderbouwen. Overigens gebeurt het lukraak innemen van standpunten zonder een fatsoenlijke onderbouwing in mijn ogen de laatste tijd te vaak.

Die onderbouwing begint bij de vraag wat nu eigenlijk het verschil is tussen linkse en rechtse partijen, want daar bestaan veel verschillende ideeën over. Voor de Tweede Wereldoorlog stond rechts gelijk aan confessioneel (gelovige partijen) en links aan niet-confessioneel (socialisten, sociaaldemocraten, liberalen). Daarna werd de scheidslijn gelegd bij de tegenstelling conservatief/progressief. Ook zijn er scheidslijnen denkbaar op thema’s zoals milieu, immigratie, veiligheid en het buitenlandbeleid. Kortom, een echte scheiding tussen links en rechts bestaat er inmiddels niet meer.

Tegenwoordig wordt er vaak gesproken over het hoefijzermodel, sommige partijen aan de linkerkant van de sociaal-economische interpretatie van het spectrum kennen daardoor juist ook weer (extreem-)rechtse standpunten. Zo is de Socialistische Partij (SP binnen deze kaders uiterst links , maar kent zij ook weer het sociaal-economisch uiterst rechtse standpunt dat zij uit de EU en de euro wil.

Het omgekeerde zien we bij de Partij Voor de Vrijheid en het Forum voor Demagogie gebeuren, waar het verkondigen van (extreem-)rechtse standpunten op het conservatief/progressief-spectrum zoals het verlaten van de EU en het sluiten van de grenzen, hand in hand lijken te gaan met (extreem-)linkse standpunten op datzelfde spectrum, zoals de gekozen burgemeester en het invoeren van een bindend referendum.

Ook richting het midden van de spectra zijn deze tegenstellingen te zien, bijvoorbeeld bij de PvdA. Waar deze partij van oorsprong een sociaal-economisch linkse koers hanteert, heeft zij ook een rechtse tak die veel waarde hecht aan de rechtse agenda van de partij ten aanzien van immigratie en soevereiniteit. De PvdA heeft deze tak de afgelopen jaren vakkundig verkwanseld, waardoor de partij geminimaliseerd is en de tak is afgedropen naar de PVV en de SP.

Daarnaast zien we aan de andere kant van het Kanaal, dat de pro-Brexitpartij UKIP een nationalistische en dus rechtse agenda hanteert. Tegelijkertijd kent deze partij ook kneiterlinkse standpunten ten aanzien van de medische zorg in het land, waarin zij inzet op grootschalige nationalisering en centralisering van de zorg wat wij in Nederland dan weer kennen van de SP. 

Bij de VVD zien we dan weer een programma dat veel voormalig linkse stokpaardjes kent. In dat programma lijken de standpunten geen doel op zich te zijn, maar juist een middel om de liberale gelijkwaardigheid te behalen. En in tijden van crisis is dat extra zetje soms nodig, zoals het verhogen van het minimumloon of het bevriezen van de huren in de sociale sector. Dan zijn sociaal-economisch linkse maatregelen nodig om het fundament onder het rechtse gedachtegoed te versterken.

Sommige collega-auteurs lijken de verouderde tegenstelling tussen links en rechts nog niet helemaal in de smiezen te hebben. Rechtse politiek staat immers niet gelijk aan xenofobie, antisemitisme, racisme of homofobie. Mensen die dergelijke politiek of meningen bezigen zijn niet links, die zijn niet rechts, die zijn met een woord: tuig. 

Hoe moeten we de hedendaagse politiek dan wel duiden, als het tijdperk van links tegen rechts voorbij is? Mijns inziens stevenen we helaas af op een nieuwe periode van identiteitspolitiek, een nieuwe vorm van verzuiling. Wit tegen zwart, arm tegen rijk, jong tegen oud, hullie tegen zullie. Mede ingegeven door sociale media kunnen wij onszelf opsluiten in het eigen gelijk, in de eigen bubbel met medestanders, doof voor de andere mening. Laten we hopen dat het niet zo ver komt. Laten we kiezen voor de verbinding, in plaats van de verdeling.