Milieuorganisaties die je moet kennen: zonnepanelen voor scholen

Van de oceanen tot de luchten en alles ertussenin is dit de eerste organisatie die schittert en gezien moet worden. Dit is het eerste artikel van een driedelige serie waar wij, een groep van vijf retorische minor studenten van de RUG, drie milieuorganisaties centraal zetten.

Zonnepanelen. In Nederland. Het klinkt als een tegenstelling, want afhankelijk zijn van een energiebron die in de winter voor zes uur ‘s avonds verdwijnt, lijkt nogal riskant. Een tijd waar de koude druilerige dagen overheersen en je het liefst de verwarming op standje hoog wil zetten of lang wil genieten van een kokend hete douche. Maar dit is een misvatting. 

Volgens Hotze Hofstra, de directeur en oprichter van Zonnescholen, heeft de effectiviteit van zonnepanelen meer te doen met de wetgeving van de overheid dan met zonlicht. Met dit in gedachten is het misschien geen verrassing dat Nederland onderaan de Europese ranglijst voor duurzaam, schoon energieverbruik staat. Ondanks de reputatie van Nederland als progressief land, heeft het ook grote belangstelling voor fossiele brandstoffen. Een paar jaar geleden besloegen fossiele brandstoffen zelfs een kwart van het BBP (Bruto Binnenlands Product) van Nederland. Hofstra legt uit dat, door de economische afhankelijkheid van olie, het de Nederlandse regering ontbrak aan de urgentie om het gebruik van zonnepanelen of andere bronnen van duurzame energie te stimuleren, maar dit lijkt te veranderen. 

De missie

Zonnescholen, opgericht in 2017, is een bedrijf dat zich focust op de installatie van zonnepanelen op scholen. Het streeft naar het verschaffen van zowel een duurzame leeromgeving voor leerlingen, en hen door middel van onderwijs te informeren over het belang van duurzame energie. Hofstra’s expertise in het veld geeft ons inzicht in het aantal scholen dat bewuster met het gebruik van energie wil omgaan en duurzamer wil zijn. Hij legt uit dat de zonnepanelen een perfecte bron zijn voor het verminderen van je energierekening en je ecologische voetafdruk. 

Maar duurzame ambities en congresprocedures gaan niet altijd hand in hand. Scholen vallen niet onder de categorie van huishouden of bedrijf, “ze zijn gebonden aan een specifieke set van regels met complexe en ingewikkelde mechanismen van besluitvorming en financiën.” Hofstra vertelt dat voordat de school een beslissing kan maken om te investeren in duurzame maatregelen, er moet nagedacht worden over de verschillende wettigheden, zoals welke regels van belang zijn, welke stappen er genomen moeten worden en welk traject moet worden gevolgd. “Zonnescholen helpt scholen te beoordelen welke stappen ze moeten nemen en bepaalt wat de beste manier is om de school duurzamer te maken,” aldus Hofstra.  

Het bevorderen van lokale onafhankelijkheid

Er blijven echter genoeg obstakels die de transitie naar een duurzamere maatschappij belemmeren. Hofstra uit zijn bezorgdheid hierover: “De laatste tien jaar wordt gekenmerkt door de heropleving van een neoliberale regering die de prioriteit geeft aan commerciële bedrijven met grote winstmarges, in plaats te investeren in lokale gemeenschappen.” Er is een machtsstrijd gaande. 

“Wij  werken op dit moment aan grote energieprojecten, zoals windmolen- en zonneparken,” zegt Hofstra, “maar hier zijn veel mensen eigenlijk tegen.” Hoewel dit ons in de eerste instantie als een tegenstelling in de oren klonk, verduidelijkte Hofstra dat dit te maken had met, opnieuw, de grote bedrijven die de rol van gezaghebber op zich nemen. Hoewel de Nederlandse bevolking inderdaad meer duurzame energie wil, willen mensen niet dat het wordt geregeld door bedrijven die bekend staan om hun onethische praktijken. Hofstra stelt voor dat de energietransitie meer binnenlands te houden, een mogelijke oplossing hiervoor kan zijn. De energietransitie is op deze manier niet afhankelijk van de speling van een internationale oliemagnaat. “We willen dat mensen in Nederland deze ontwikkelingen accepteren, maar we zien in plaats daarvan dat ze tegen de ontwikkelingen in gaan. Dus de kwestie is nogal ingewikkeld.”

De sleutel is communicatie

Terwijl Hofstra en Zonnescholen al bezig zijn met het bevorderen van veranderingen die betrekking hebben tot de transitie naar duurzame energie, gebeurt dit niet zonder problemen. Het delen van hun missie wordt niet makkelijker als scholen de gekregen flyers weggooien en mails negeren. Ongeveer 70-80% van de scholen komen structureel en financieel in aanmerking voor het plaatsen van zonnepanelen, maar ze zijn of te druk met andere zaken, of niet goed genoeg geïnformeerd over de voordelen van het hebben van zonnepanelen. Dit betekent dat het oprichten van Zonnescholen een tijdrovend proces was: “We zijn geen commercieel bedrijf, dus grote projecten die ons nationale aandacht zouden opleveren zijn niet onze prioriteit […] Dit is waarom maar 10% van de Nederlandse scholen zonnepanelen hebben.” 

Maar Hofstra wil zich afzetten van de verstoring van de werkelijkheid over zonnepanelen. Hij wil alle voordelen van de installatie van zonnepanelen op scholen toelichten: “Het bespaard hen veel geld. Het maakt hen groener. En het heeft een goede invloed op kinderen.” Als kinderen op een jonge leeftijd al leren over duurzaamheid dan zullen toekomstige generaties veel beter geïnformeerd zijn over milieukwesties en hopelijk actief meedoen in het gevecht tegen klimaatverandering. 

Een deugdzame cyclus

Hofstra’s vooruitzicht op de toekomst van de ontwikkeling van duurzame energie is hoopvol, maar er valt nog genoeg te doen. Zo benoemt hij dat er bijvoorbeeld voor studenten geen stimulansen zijn op het gebied van duurzaamheid, zoals het besparen van energie. De reden hiervoor is dat studenten geen feedback krijgen over hun energieverbruik, omdat de huur en onderhoudskosten elke maand hetzelfde blijven. Maar volgens Hofstra is dit geen reden om de hoop op een bijdrage aan de klimaatrevolutie op te geven. “Er zijn meerdere vooruitzichten op banen in het veld dat betrekking heeft op duurzame energie en klimaat. Deze bedrijven zijn niet alleen geïnteresseerd in mensen met een technische achtergrond […] alle expertisegebieden zijn nodig.”

Dus of je nu geïnteresseerd bent in marketing, talen, psychologie, aardrijkskunde of bedrijfskunde, jouw steun aan de klimaatopstand zal niet onopgemerkt blijven. 

Opinie artikel geschreven door Maren Coordes and Róisín McManus.

Vertaald door Ellen Hamberg.