De superheld is dood, lang leve de superheld

Over de wedergeboorte van een genre

Je kunt er niet meer om heen. Nadat Iron Man in 2008 in de bios verscheen, is er geen ontkomen meer aan de superhelden-manie die de culturele wereld in zijn greep lijkt te houden. Enfin, het begon al in begin 2000 met de Spider-man films van Sam Raimi en uiteraard de niets minder dan legendarische Dark Knight-trilogie van Christopher Nolan (en zelfs daarvoor kluitte het genre voeten in de aarde), maar Disney-Marvel heeft nu een absoluut ijzeren greep op het genre in de bioscopen. Terecht ook, ze blijven vernieuwen, evolueren en aanpassen. Ze merken dat het genre nooit een stilstaand iets is. Ze hebben een van hun grootste franchises, Thor, in de handen gedrukt van de niet heel erg bekende Nieuw Zeelandse indie-regisseur Taika Waititi, met het fenomenale Thor: Ragnarok in de bios. Ondanks de wilde sprongen die gemaakt worden in de films, blijft het bij rigide concepten. Mens is superheld, mens verslaat superschurk. Groot feest. Einde. Same software, different case. Echter, tegenwoordig zijn er twee series die het anders aanpakken. Hoe ze dat aanpakken, laat ik jullie graag lezen.

Zeven jaar geleden maakte de wereld kennis met Arrow, een serie, gebaseerd op de lichtvoetige boogschutter uit de stal van DC Comics. In de TV serie werd de beste man echter gepositioneerd als een budget Batman, grumpy, chagrijnig en met een grommende stem waar Christian Bale nog jaloers op zou zijn. Het deed niet veel goeds voor het karakter zoals wij hem kenden. Ook de beslissing van de showrunners om de serie ‘grounded’ te houden was eentje die niet prettig viel. Firefly was geen pyromanische maniak met een jetpack en vlammenwerpers meer, maar gewoon een boze, verbrande ex-brandweerman. Het deed de serie niet veel goeds, het tweede seizoen, waarbij het minder realistische omarmd werd, wordt nog steeds gezien als het beste seizoen. Het is ook het seizoen waarin Barry Allen geïntroduceerd werd, die later een spin-off kreeg met The Flash. Zo volgden steeds meer series: Legends of Tomorrow, Supergirl en binnenkort Batwoman. Het zijn TV series in veel verschillende subgenres, maar ze hebben een ding gemeen, het gaat hier over mensen die superheld willen zijn. Alle hoofdpersonen uit deze serie zien het (uiteindelijk) als hun roeping om de wereld te redden, als hun noodlot om de beschermer te zijn van hun volk en oh wat is het moeilijk om hun regular-ass leventje en hun super leventje in balans te houden gut o gut.

Hetzelfde geldt voor de Marvel Netflix-series, ook hier gaat het om mensen die superhelden willen zijn, die wraak willen nemen en ook allemaal met dat rauwe, realistische randje waar je spontaan een rokershoestje van krijgt. Sinds kort is hier verandering in gekomen.

Waar Titans (te kijken op Netflix, oorspronkelijk DC Universe) haar pootjes al baadde in het loslaten van deze concepten, duiken twee nieuwe series: The Umbrella Academy (Netflix) en Doom Patrol (nu nog DC Universe, mogelijk later Netflix) vol in andere, onbekende concepten voor het genre. Ten eerste is het concept van realisme nog harder het raam uit gegooid dan die ene oude meme waarin een vent uit het raam geknikkerd wordt. Deze series omarmen de absurditeit van het genre. Chimpanzee-butler en robotmoeder? ‘Fuck it, we got you!’ Denkt Umbrella Academy. Willen jullie een ezel die doemdenkende boodschappen scheet en een interdimensionaal portaal in zijn keel heeft? ‘Oh have we got something for you’, zegt Doom Patrol.

In plaats van de vreemdere elementen van het genre te verbergen en alles rauw, duister en grimmig te maken, wentelen deze twee series in kleuren, bombastie en over de top gekte die zo kleurrijk is dat het van je scherm lijkt te spatten.

Daarnaast is er een essentieel thematisch verschil tussen deze twee series en de andere twee series: het centrale conflict. Waar de superheldenshows normaal werken met een villain of the week en een grotere verhaallijn gecentreerd rondom een big bad, leggen deze series vooral de nadruk op een intern conflict. Natuurlijk, er blijven schurken in hun schurkerigste vormen aanwezig. In Doom Patrol is er al een hele waslijst aan schurken voorbij gekomen, denk aan een hoogbejaarde Nazi in een ijzeren long, Mister Nobody en Animal-vegetable-mineral Man. Toch ligt het grootste conflict in deze series intern. Het conflict ligt in de karakters zelf en is ook met hunzelf. Soms in hele letterlijke zin – In Doom Patrol worstelt Negative Man met een buitenaardse entiteit die bezit van hem neemt – maar soms ook metaforisch: denk aan Elasti-girl uit dezelfde serie die niet bereid is om een dorpje te redden, simpelweg omdat ze niet durft. Het enige wat Robotman, gespeeld door de onvolprezen Brendan Fraser, hierop zegt is ‘’I think we can do that’’. Er spreekt een nieuw soort menselijkheid uit deze karakters die mist bij andere superheldenfictie op TV. Voorheen wist je eigenlijk altijd dat ze aan het einde wel zouden winnen. Ze zouden een laatste heldenstreek uithalen en de schurk zou uiteindelijk proestend op z’n gat eindigen. Bij Umbrella Academy en Doom Patrol is dat allemaal wat minder zeker. Waar normaal een ijzeren houvast in een narratief is dat de protagonist zelf de leiding heeft over de plot, lijkt het in deze twee gevallen te gaan over de plot die controle heeft over de protagonisten. Normaal is dat heel vervelend, denk aan Twilight, maar door de hoofdpersonen uit deze series hun autonomie (deels) uit handen te nemen, worden ze eerder geconfronteerd met hun eigen tekortkomingen, wat tot veel meer kijkplezier leidt dan ‘’kijk ik stomp de schurk van de week op z’n neus’’ of ‘’op het allerlaatste moment van de laatste aflevering verslaan we de grote schurk goed gedaan team’’. Nog belangrijker, deze mensen willen geen superhelden zijn. De hoofdpersonen uit Umbrella Academy hebben het superheldenleventje achter zich gelaten, en met goede reden. De karakters uit Doom Patrol worden zo verafschuwd door de maatschappij dat ze de wereld het zelf maar uit laten zoeken van hun part. Het is ook niet verwonderlijk dat Gerard Way, zanger van My Chemical Romance in beide reeksen een hand heeft gehad in de papieren versie. Umbrella Academy is volledig van zijn hand en Doom Patrol heeft hij ook kort onder zijn hoede gehad. ‘’Verschoppelingen die er helemaal klaar mee zijn’’ is zo’n beetje het credo dat ik tien jaar geleden op de schoolpleinen uit de zwartgerookte kelen van emo’s hoorde komen. De boodschap van Way is dus weinig veranderd, zij medium is alleen nogal omgeslagen.

Kort gezegd, voor het eerst lijken deze supermensen daadwerkelijk menselijk. Daar hebben we geen grauw, treurig kleurenpalet voor nodig of zoveel realisme dat je vermoedt dat je naar het NOS journaal kijkt, je hebt hier slechts geloofwaardige karakters voor nodig met geloofwaardige struggles. De conflicten voelen niet geforceerd omdat ze zo intens eigen zijn aan de personages. Het doet allemaal een beetje denken aan de eerste seizoenen van Misfits, dat ook de plot de karakters liet sturen in plaats van andersom (en die ook Robert Sheehan in de cast hadden). Het luidt hoe dan ook een nieuw, beter tijdperk in voor superheldentelevisie. Geen geforceerde conflicten meer om elke druppel soapdrama uit te melken (Flash, Arrow – looking at you), geen karakters die allemaal onder het kopje ‘’good guys’’ of ‘’antiheld’’ geschaard kunnen worden, maar authentieke, menselijke problemen in een wereld die alles behalve menselijk is.


Reageer ook

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.