Voor het eerst op kamers

Daar sta ik dan, in mijn spiksplinternieuwe kamer midden in het centrum van Groningen. Dagen lang heb ik met pap meubels in elkaar gezet en muren geverfd, het is éindelijk af. Maar, door alle afleiding sta ik opeens in mijn eentje in de kamer, geen papa die er is, geen mama die me een knuffel geeft, en zelfs geen tweelingzus die na een lange schooldag bij mij op de kamer komt zitten. Wat is dit wennen zeg.

Ik woon nu een maand op kamers, in een stad die ik alleen kende omdat mijn broer en zus hier jaren hebben gestudeerd. Ik kende er bijna niemand, wist niet waar de supermarkt was en kon de vismarkt en de Grote markt maar niet uit elkaar halen. Maar niet alleen de stad was helemaal nieuw, ook moest ik opeens hélémaal voor mezelf zorgen. Na een lange schooldag van zo’n tien uur wilde ik het liefst in bed liggen en slapen, maar mijn buik vertelde me dat ik écht even wat moest eten. Soms kookte ik iets snels en kon daarna eindelijk op bed eindeloos Netflixen, maar ook at ik wel eens met een (oud)klasgenootje, wat natuurlijk al gezelliger is.

Naast school kwamen er steeds meer activiteiten bij, ik werd door alle nieuwe dingen die ik zag enthousiast en vertelde mezelf dat alles wel in mijn planning past. Zo werk ik bij de Appie, doe ik commissie bij de studievereniging, ga ik weer volleyballen, schrijf ik blogs, geef ik huiswerkbegeleiding én is de Studentenkrant ook nog een geweldig onderdeel van mijn leven. Al om al merk ik gaandeweg steeds meer dat het toch wel een beetje veel is. En heb ik nauwelijks tijd om het thuis een beetje netjes te houden. Overal liggen kleren, schoolboeken en take-away eten. Mijn week is één grote chaos en om dan naar thuisthuis te gaan is een soort hemel.

Als het weekend eenmaal aanbreekt en ik zit in de trein richting Hoogeveen is het eindelijk weer een beetje rustig. Thuisthuis ben ik vanaf dat ik in Groningen op mezelf woon, enorm gaan waarderen. Pap die vraagt hoe mijn week was, en mam die me advies geeft over dingen waar ik nog niet helemaal uit ben. Ook staat het eten zomaar – zonder ook maar iets te doen – elke avond op tafel, de was wordt gedaan en zelfs mijn bed wordt voor me opgemaakt. Ik heb niet veel dingen op de planning en vind het dan ook fantastisch om een hele morgen in bed te vertoeven.

Op kamers wonen is over het algemeen fantastisch, oké op het begin is het gigantisch wennen en kun je af en toe alleen voelen, maar dat is oké. Gaandeweg kom je erachter dat het eigenlijk alleen maar heel leuk is, want ja, je hebt alle vrijheid die je vroeger absoluut niet had. Maar toch is het ontzettend fijn als je na een lange, drukke en chaotische week éindelijk weer thuisthuis op de bank kunt ploffen en even helemaal niks hoeft te doen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *