Kies wijzer, doe de kieswijzer!

Het zal je niet ontgaan zijn. Het is weer verkiezingstijd. Mensen met flyertjes en goede
bedoelingen houden je staande en vragen je om op hen te stemmen. Altijd gaat het over grote
en belangwekkende onderwerpen. En daar moet jij je keuze op baseren. Dat betekent uren
inlezen, debatten kijken en diep nadenken. Maar past de partij waar je uiteindelijk op stemt
wel bij jou, bij wie jij écht bent? Vul deze kieswijzer in en ontdek welke partij het beste bij
jou past (alleen de landelijke partijen die meedoen in de gemeente Groningen zijn
meegenomen in de uitslag).

De test

1. Welk antwoord omschrijft jou het beste, wie ben jij?
a. Wie ik ben is niet belangrijk. Het gaat erom wie wij zijn.
b. Ik ben wie de dieren willen dat ik ben.
c. Ik ben een belezen wereldverbeteraar.
d. Ik ben mezelf een beetje kwijt.
e. Ik ben een zeer principieel persoon en al mijn principes zijn gebaseerd op een boek.
f. Ik zoek altijd samenwerkingsverbanden. Als ik daarbij mijn principes opzij moet
zetten is dat maar zo.
g. Ik ben trots op Nederland.
h. Ik ben ik.
i. Ik ben een blanke en blonde man of vrouw.
j. Ik maai graag gras.

2. Wat is je favoriete borrelsnack?
a. Gevulde eieren
b. Een krop duurzame sla
c. De kaassoufflé
d. Blokjes kaas
e. Droge worst
f. Dat beslis ik pas als de schaal op tafel komt.
g. Een blokje kaas met daarbovenop een augurkje, bijeengehouden met zo’n leuk
satéprikkertje met een Nederlands vlaggetje.
h. De bitterbal
i. Een vleeskroket, zo’n lekkere Nederlandse hap. Dat deze gefrituurde hap zijn
oorsprong in het buitenland vindt vergeten we voor het gemak even.
j. Ik doe niet aan borrelen.

3. Wat is je favoriete drankje?
a. Tomatensap
b. Appelsap
c. Sojamelk
d. Bier
e. Wijn
f. Bier
g. Bols Corenwyn
h. Bier
i. Jenever
j. Beerenburg

4. Als je een paard zou hebben, wat zou je er dan mee doen?
a. Ik zou het ultieme paardenmeisje worden.
b. De barricades op en ervoor zorgen dat het arme dier stemrecht krijgt.
c. Ervoor zorgen dat het dier een Beter Leven Keurmerk met drie sterren krijgt.
d. Elke dag hopen dat het paard mij niet verlaat.
e. Ik heb liever een ezel.
f. Ik heb geen paard, dus daar hoef ik ook niet over na te denken.
g. Uitzoeken of het paard een keer mee kan doen aan Prinsjesdag. Dat zou pas leuk
zijn!
h. Inzetten voor paardenraces en dan een wedje leggen.
i. Ik zou eerst even de stamboom van het dier checken.
j. Het dier voor mijn grasmaaier spannen. Zo gaat dat toch een stuk sneller.

5. Er zit een international bij je in college. Wat doe je?
a. Leuk dat ie er is, zolang ik maar niet met hem hoef samen te werken.
b. Ik zou hem uitnodigen voor een cappuccino, maar wel met sojamelk natuurlijk.
c. Ik zou hem alles vertellen over hoe milieuvriendelijk Groningen is.
d. Ik zou hem zeggen dat hij erbij hoort.
e. Als hij naast me zou zitten, zou ik hem helpen met de leerstof.
f. Ik zou hem vragen wat hij zou verbeteren aan ons onderwijssysteem.
g. Ik zou hem alles vertellen over ons koningshuis.
h. Samen lachen we heel wat af.
i. Wat doet ie hier? Zijn er geen universiteiten in zijn eigen land?
j. Ik voel mezelf af en toe ook een international in de collegebanken in Groningen.

6. Wat is je favoriete boek?
a. Das Kapital van Karl Marx.
b. Animal Farm van George Orwell.
c. Twee vrouwen van Harry Mulisch.
d. The Hungergames van Suzanne Collins. Of iets anders met een sterke vrouw in de
hoofdrol.
e. De Bijbel.
f. Dat beslis ik pas als ik voor de boekenkast sta.
g. De biografie van Willem van Oranje.
h. De verzamelde werken van John Maynard Keynes.
i. Boeken? Wat zijn dat?
j. De Schippers van de Kameleon van Hotze de Roos.

7. Wat is jouw ochtendritueel?
a. Ik kijk elke ochtend naar mijn poster van Karl Marx en zing De Internationale.
b. Ik voeder eerst mijn 5 katten voordat ik ga ontbijten.
c. Ik lees de Volkskrant.
d. Ik check mijn Facebook om te zien of nog meer mensen mij ontvriend hebben.
e. Ik word altijd wakker met een psalmpje in mijn hoofd, ‘k loop de hele dag te zingen
en te fluuuuuiiiiiiiten!
f. Ik heb geen ochtendritueel. Ik zie wel wat de ochtend mij brengt.
g. Ik zing alle 15 coupletten van het Wilhelmus.
h. Ik check even mijn agenda om te kijken waar we vanmiddag bier drinken en
bitterballen eten.
i. Ik lees De Telegraaf.
j. Ik zing het Friese volkslied terwijl ik een rondje maak op mijn grasmaaier.

8. Wat is je favoriete kleur?
a. Tomatenrood.
b. Reebruin.
c. Bladgroen.
d. Wit, want dat zijn alle kleuren bij elkaar.
e. Lichtblauw.
f. Donkergroen.
g. Oranje.
h. Mooi blauw is niet lelijk.
i. Wit, want dat is wit. Zeg maar.
j. Grasgroen.

9. Wat is je favoriete animatiefilm en waarom?
a. The Incredibles, omdat ze zulke leuke rode pakjes dragen.
b. Open Season, hét bewijs dat dieren kunnen praten en denken en een strijd voeren
tegen de mens.
c. Ik kijk geen animatiefilms, alleen maar intelligente art-housefilms.
d. Finding Nemo. Omdat ze zoeken naar iemand die kwijt is.
e. Joseph: King of Dreams. Een Bijbels verhaal, goede moraal en ook nog eens een
goede film!
f. Shrek, want die is groen en een pragmaticus.
g. The Lion King. Vriendschap, drama en een koningshuis. Wat wil een mens nog
meer?
h. The Minions. Gaat nergens over en is toch hilarisch.
i. Mulan, want dat laat zien dat de strijd tegen buut’nlanders van alle tijden is.
j. De enige film die je ooit hebt gezien is De schippers van de Kameleon.

10. Iemand is het niet met jou eens, wat doe je?
a. Je praat zo hard mogelijk door diegene heen omdat je denkt dat je zo je gelijk wel
haalt.
b. Je praat de ander een slecht gevoel aan, vooral als diegene vlees eet. Jij hebt immers
de wijsheid in pacht.
c. Je steelt de argumenten van diegene en doet alsof je ze zelf bedacht hebt.
d. Door je verlatingsangst durf je het met niemand oneens te zijn.
e. Mensen hebben nou eenmaal verschillende meningen. Je pakt je Bijbel erbij en kijkt
hoe het nu echt zit.
f. Je gaat eens even stevig met diegene in debat. Even goed met elkaar praten.
g. Je kijkt diegene hoofdschuddend aan en zegt: “Dat is toch niet te geloven? Dat is
echt erg.”
h. Je lacht de mening van de ander weg en drijft je eigen zin door.
i. Je kijkt diegene ongelovig aan: “Doe eens normaal man!”
j. Het is allemaal een misverstand, de ander verstond je alleen niet.

11. Wat is jouw favoriete feestdag?
a. Dag van de arbeid, een dagje lekker communistisch doen.
b. Dierendag. Dat spreekt voor zich.
c. De dag waarop Earth Hour valt.
d. Dag van de arbeid, met zijn allen aan het werk.
e. Pasen is theologisch gezien het belangrijkst.
f. Sinterklaasavond. Geen enkele andere dag brengt zo’n goede discussie met zich mee.
g. Koningsdag natuurlijk!
h. Prinsjesdag, met de miljoenennota als hoogtepunt!
i. Kerst, dat is een mooie Joods-Christelijke traditie! Afgeleid van het Germaanse
midwinter? Dat vergeet je maar eventjes.
j. De dag dat de Elfstedentocht weer gereden wordt.

De uitslag

Heb jij de meeste vragen met A beantwoord? Dan ben jij een SP’er. Communist in tomaat
en nieren. Jij bent niet belangrijk. Wij zijn belangrijk. Proletariërs aller landen, verenigt u!
Maareh, je werkt alleen samen met de Nederlanders.

Heb jij de meeste vragen met B beantwoord? Dan ligt jouw hart bij de Partij van de Dieren.
Jij rust als ethische betweter niet voordat alle dieren stemrecht hebben, iedereen veganist is en
de hele wereld inziet dat jij gelijk hebt.

Is C het antwoord dat je het meest gegeven hebt? Dan hoor jij bij Groen Links. Je bent een
echte grachtengordelsocialist. Hoogopgeleid en belezen een beetje de kantine in. Jouw ideeën?
Beter goed gestolen dan slecht bedacht.

Als je het meest D hebt geantwoord ben je een PvdA’er. Sinds de laatste landelijke
verkiezingen heb je een beetje last van verlatingsangst. Je bent naarstig op zoek naar manieren
om de leegte op te vullen.

Heb jij de meeste vragen met E beantwoord? Dan hoor je bij de ChristenUnie. Jouw
denkkader is opgehangen aan de Bijbel. Je zit een beetje in het midden. Het is niet links, het is
niet rechts, het is een beetje net niks.

Als je de meeste vragen met F hebt beantwoord, ben jij een D66’er. Je hebt eigenlijk niet
echt een mening. Je maakt pas beslissingen als er iets op je pad komt. Een beetje zoals een
robot. Dus eh… ga zo door! Je zou wel eens lijsttrekker kunnen worden!

Is G het antwoord dat je het meest gegeven hebt? Dan ben jij van het CDA. Jij bent trots op
de Nederlandse cultuur en wilt dat ook tot in den treure laten merken. Met jou is best te leven
zolang je maar ja en amen zegt.

Is H het antwoord dat je het meest gegeven hebt? Dan ben jij een VVD’er. Je gaat lachend
door het leven. Problemen lach je weg. Niemand kan je iets doen. Tenzij de bitterballen op
zijn, dan is het oorlog.

Als je het meeste I hebt geantwoord ben jij een PVV’er. Jij wilt vooral geen invloeden van
buitenaf. Als iemand met jou in discussie gaat hoon je diegene weg. Verrassend genoeg kun je
het wel goed vinden met SP’ers.

Als je het meest met J hebt geantwoord ben je Fries. Sorry, voor jou is er in Groningen
geen partij om op te stemmen.

You may also like...

Reageer ook

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.