Groningen – PSV: een observatie

Op mijn zesde werd ik vlak voor de finish door mijn vader bij de avondvierdaagse weggeplukt. Ik kreeg een broodtrommel- en bekerset van een voetbalclub, evenals een handdoek en badjas. Sinds dat moment in mijn leven heb ik voetbal verafschuwd, het liefste verschuil ik mij tijdens WK’s en EK’s onder hunebedden, onder water of op een camping in Friesland: alles om maar aan de drukte te ontsnappen. Het gejoel stond me nooit aan, het grenzend aan angstwekkende fanatisme maakte me vooral bang en bovenal is oranje een kleur die ik absoluut niet kan hebben. Voetbal heeft voor mij altijd gelijk gestaan aan drama en prullaria in de woonkamer thuisthuis.

Toch moet je je als mens niet te veel weg laten drukken in wat je denkt te weten en moet je een moment nemen om over compleet irreële angsten heen te stappen. Dus zat ik op 13 december te koukleumen op een van de duizenden groene plastic stoeltjes in de voormalige Euroborg. Ik had de drukte niet verwacht: buiten stonden er tientallen mensen in de rij voor festivalpils, vergezeld door de beste house-hits uit de naughties die uit een net iets te goedkope speaker knalden. De sfeer zat erin, voor iedereen behalve ik, meende ik te denken. Ik zat met mijn knieën tegen elkaar een beetje ongemakkelijk voor mij uit te kijken, het duurde sowieso een volle tien minuten voordat ik doorhad wie welk team was en in welk doelen eerder genoemde teams moesten scoren. Daarna was het overigens nog steeds vaag. Ik had het gevoel dat er een grote, ongeschreven etiquette bestond waarvan ik geen weet had. Ik wist niet wanneer ik moest juichen, klappen, boeroepen of wanneer ik mijn veel te dure pilsje richting de doelman van PSV moest gooien. De nummers – die in het vak vol fanatici onder mij – gezongen werden, konden ook niet op herkenning rekenen van mijn kant, alleen dat er na een vaak voor mij lastig aandoend couplet een refrein kwam waarin tegen alle wetten van ritme en metrum in de woorden FC Groningen waren verwerkt.

Ik mocht het dan niet begrijpen, een beetje alsof ik bij een indianenstam was gedumpt, maar ik weet wel dat ik na een kleine twintig minuten meegesleurd werd in de sfeer alsof ik nog nooit ergens anders had gezeten dan de groene, plastic stoelen. Ik voelde tegen het einde van de wedstrijd mijn hart in mijn keel kloppen toen de FC langzaam naar een gelijkspel toewerkte, ik kon mijn volledig onderkoelde lijf niet meer in bedwang houden en stond ook als een idioot te juichen. Waar ik normaliter mijn avonden besteed aan een beetje decadent en pretentieus doen tijdens poëzie-avonden met een glas rode wijn in m’n tengels, wierp ik nu uit vol enthousiasme mijn armpjes in de lucht terwijl ik alle adrenaline in mijn lijf eruit schreeuwde nadat er in de laatste minuut een fenomenale gelijkmaker tussen de doelpaaltjes geschoten werd.

Ik ben teruggekomen op wat ik dacht en bied ook bij deze mijn nederige excuses aan aan iedereen die ik ooit een beetje hautain heb staan uitlachen omdat zij hun avonden besteden in een voetbalstadion, want laat ik eerlijk zijn, dit was een enorm vermakelijk anderhalf uur waarin een mens meegesleurd wordt in een immens bijzondere, verbroederende sfeer die ik eerlijk gezegd niet voor mogelijk had gehouden. De spanning die door zo’n stadion rolt valt niet te vergelijken met naar poppetjes op een televisie staren, nee, dit is iets wat je beleeft, niet iets wat je kijkt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.