Spacecake met de Date

Het is een halfuur nadat we de natte, hartvormige cake hebben gegeten, we zakken langzaam weg in mijn IKEA-uitklapbank, elk een kop warme chocomel in de hand en mijn hand die stiekem de hare zoekt. ‘’Zullen we een hut bouwen?”

‘’Wat?’’

‘’Een hut bouwen.’’

‘’Waarvan?’’

‘’Je boeken.’’ Ik kijk opzij naar mijn boekenkast en vraag me af hoe dit zou kunnen werken. Schoorvoetend sta ik op en kijk in de kast, ik pak een aantal hardcovers en leg ze op de grond neer.

‘’Kom we gaan stapelen.’’

‘’Oké is goed.’’ ze gaat voor de kast staan en grijpt Wilde, Grunberg en de Bijbel uit de kast.

‘’Zijn deze stevig genoeg?’

Ik kijk kort naar de boeken, knik goedkeurend.

‘’Ja, hardcovers werken het beste.’’ We stapelen door, na een minuut of tien staan er drie heuphoge stapels boeken te wiebelen in mijn kamer.

We kijken allebei wat bedenkelijk, zijn ons er beide pijnlijk bewust van dat drie stapels literatuur niet stevig genoeg zijn om een deken met volgens de Ikea een dikte van drie te dragen.

‘’Wacht.’’

‘’Wat doe je?’’ ik duw haar aan de kant, bijna tegen het minikeukentje aan.

‘’Let op.’’ ik rol de slaapbank op z’n zij, klap het matras uit en klem de deken vast met een zeventig jaar oude etiquette en een softcover met het verzamelde werk van Shakespeare – hier telt alleen gewicht. Ik sleep de oude eetkamerstoel naar het midden van de kamer terwijl ik een van de boekenpilaren ongedaan maak door duizenden woorden aan literatuur net iets te hard door mijn kamer te gooien. Ze schrikt bij de eerste paar boeken, maar helpt daarna vlot mee met het opruimen van de weggegooide boeken.

‘’Kom, help.’’ zeg ik kortaffer dan bedoeld en ik gooi de deken over de kamerstoel. Onze hut heeft een laaghangend plafond met een kuil in het midden. Ik pak haar hand en we vouwen ons op in de beperkte ruimte die er nog is.

‘’Volgens mij hakt ‘ie er nu wel in.’’ we beginnen beide iets te hard te lachen, ze legt haar hand even op mijn borst. ‘’Lees maar voor.’’ zeg ik terwijl ik buiten de geïmproviseerde hut een dichtbundel grijp en deze aan haar geef. Ze begint langzaam de poëzie voor te lezen, langzaam en gebroken, door zowel de spacecake als het gebrek aan licht.

‘’- klommen zo in het weerstation?’’

‘’Weerstation?’’

‘’Dat staat er denk ik niet.’’

‘’Nee denk ik ook niet, maar klinkt wel mooi.’’

‘’Dat is waar, wil je verder lezen?’’

‘’Natuurlijk.’’ ze lacht en leest verder, ze stoethaspelt, struikelt over en verzint woorden. Ik  sluit mijn ogen, droom weg bij haar half-verzonnen poëzie. ‘’Zullen we de volgende keer een tent opzetten?’’

‘’Hm?’’ mijn ogen blijven dicht.

‘’Een tent opzetten, hier, in je kamer. Kamperen.’’

‘’Ja is goed.’’

‘’blijf je slapen?’’

‘’Natuurlijk.’’ Ze gooit het boek opzij, kruipt tegen me aan en valt in slaap. We dromen over sterren en kleuren, dat komt denk ik door de cake.

Richard Nobbe

Richard Nobbe

Absolute Nestor van de Studentenkrant en onomwonden beroepsnerd. Probeert al jaren lang het volk massaal aan de poëzie te krijgen en wisselt dit af met schaamteloos linkse columns en snijdende recensies over film of tv. Als 'ie geen boze reacties krijgt, dan heeft 'ie iets verkeerd gedaan.