Ben Hard – De Familieman 

Elk jaar is het weer zover: familieweekend. En aangezien ik ook niet de slechtste ben, verblijd ik mijn familie ook dit jaar weer met mijn aanwezigheid. Aanspraak op de erfenis komt je ten slotte niet zomaar aanwaaien.  

Minpuntje: mijn familie heeft het talent om elk jaar weer opnieuw de meest godvergeten plek van Nederland uit te zoeken. Dit jaar is Schiermonnikoog aan de beurt. Best enig. Als je een kind van drie jaar oud bent, en er nog van houdt om zand in je smoel te douwen. Of als je mijn nicht bent. Met rinkelende eierstokken. 

Als babylief voor de zoveelste keer kokhalzend zijn zandkasteel over zijn broekpakje uitbraakt, word ik een beetje weemoedig. Niet om mijn eierstokken, nee zeg alsjeblieft, maar meer om het feit dat de laatste keer dat een geile chick kokhalsde van mijn joekel in haar keel, laat ik het zachtjes uitdrukken, nogal lang geleden is. Ik voel dat ik een beetje geïrriteerd begin te raken over dit gegeven en besluit het heft in eigen handen te nemen, ik ben ja verdomme ook geen klein kind meer. Dat klootschieten wat ’s middags op het programma staat kan me gestolen worden. Mijn kloten gaan ergens anders op schieten vandaag. 

Nadat ik een uur heb gedwaald over het Schierse landschap weet ik plots weer waarom ik de Waddeneilanden zo intens haat. Alles wat ik tot nu ben tegengekomen zijn een handvol schapen, ANWB-stellen en kortpittige kapsels met kunstknieën die aan het uitwaaien zijn met de meiden. Topshow. Het enige wat ik op dit moment wil is een normaal koud biertje en een warme kut. Alsof dat teveel gevraagd is. Naast me passeert een groep giebelende grietjes die waarschijnlijk net de middelbare school hebben betreed. ‘Meneer, meneer! Bent u de weg kwijt? Giechel, giechel.’ ‘Laat me godverdomme met rust’, mompel ik. Verschrikt springen ze een stap opzij. Net goed. Met een norse blik vervolg ik mijn weg. Klotekinderen. 

Als een kut bij donkere hemel verschijnt daar dan toch opeens iets wat mijn hartje wel kan bekoren: De Toxbar. Ondanks dat het nog maar negen uur is beginnen de eerste tekenen van wat beloofd een waardig nachtje – zoals ik ze ken – te worden, zich af tekenen in het gehalte forse borstenpartijen die voor mijn ogen huppelen. Ik besluit mijn avondmaaltijd in te wisselen voor wat alcoholische versnaperingen en ga aan de bar zitten. 

Niet veel later staat alleen de zoveelste teleurstelling van dit miserabele weekend op mij te wachten. Net wanneer ik de safari op een geil hertje wil openen door haar te lokken met een hapje tequila schrik ik op van de rekening? Acht euro? Voor twee shotjes? Kennen ze het begrip piekuur hier óók al niet? Boos sla ik alleen mijn eigen tequila achterover en wimpel de chick in kwestie af. Dit wordt een lange avond.  

Drie uur later, 17 bier, ongeveer 6 shotjes en een paar kusjes later (ik heb een dealtje met de barvrouw afgesloten) spot ik dan eindelijk iets waar ik wel een kunstje op kan doen. Wankelend bots ik tegen al het feestgedruis in om haar te bereiken. Daar staat ze dan, onder het groene discolicht, nippend aan haar biertje voor zich uit te staren met dat gezichtje van haar. O. Dat gezichtje. Als ik in haar gezichtsveld kom knippert ze haar lange wimpers enthousiast naar me open. 

‘He, van wat ben jij?’ schreeuwt haar exotische stem in mijn oor. Niet-begrijpend kijk ik leeg aan. ‘Ja nou kijk zij zijn van de rugby, daar staat een organisatie waar niemand ooit van gehoord heeft, en wij zijn van rechten. Snap je?’ Krijgen. We. Dit. Weer. Ik heb geen tijd voor dit soort verenigingsgeouwehoer en prop mijn tong hardhandig bij haar naar binnen terwijl ik speels in haar kont knijp. Gelijk beginnen tienduizend gretige fotolichtflitsen om mij heen te knipperen. Verschrikt kijk ik op. Tyfushekel heb ik aan dit soort culturen. Gelukkig valt dit klaarblijkelijk ook van mijn gezicht af te lezen.  

‘Het is een traditie om ’s nachts naar de vuurtoren te lopen binnen onze vereniging’, mompelt mijn schatje met een veelbetekenende blik. Kijk. Dit zijn nou tradities waar ik wél vrolijk van word. Dat ik dat nutteloze ding vandaag al drie keer gepasseerd ben kan me opeens niks meer schelen. 

Zo stil de wandeling naar de toren verliep, zo luidruchtig zijn we onder de spotlights. Mijn kleine meisje begint bij aankomst zo enthousiast aan mijn stok te slobberen dat ik me bijna afvraag of ze nog wel adem krijgt. Bijna dan, met dat medelijden heb ik mezelf niet opgevoed. En met succes, niet veel later krijg ik opeens de onweerstaanbare neiging haar eens goed een uitzicht van de duinen te geven. Ik draai haar ruw om, en wanneer ze op handen en voeten al hijgend mijn voorzaad uit haar mond laat sijpelen begin ik haar smalle kutje met lange halen te penetreren. Kermend laat ik haar lichaam lichtelijk beven en voel ik haar spieren krampachtig om mijn stokpaardje te pulseren. Verdomme wat is ze lekker. Terwijl ik met mijn twee handen haar schattige tietjes omvat zorg ik ervoor dat ze ook met mijn andere zaad kennismaakt. ‘ 

Wanneer ik uitgepompt ben draait zich om, spreid haar benen lichtelijk open en kijkt ze me met haar vragende Bambi-ogend van haar vochtige gat op en neer naar mij. Geen denken aan. Ik heb het druk gehad vandaag. Als antwoord rits ik mijn broek dicht en grom ik naar haar dat ik mijn neefjes nog een verhaaltje voor het slapen moet vertellen en loop ik achteloos weg. Wat een waar familieman ben ik ook.