Femke Vertelt

Oudejaarsavond, 2016. Het was pas negen uur en toch waren de straten al donker en verlaten. In de verte klonk dof vuurwerkgeknal, gedempt door de dikke mist. Met een vriendinnetje achterop fietste ik door de uitgestorven Oude Kijk in ’t Jatstraat, op weg naar een feestje.

Mijn fiets maakte al een paar weken een vreemd ratelend geluid, dat ik koppig en tegen beter weten in negeerde. Deze avond was mijn fiets er definitief klaar mee: na een paar extra akelige knarsgeluiden viel mijn ketting eraf. Daar stonden we dan, in een koude, verlaten straat terwijl we niets liever wilden dan binnen zijn, ergens met veel drank en muziek. En net toen we dan maar wilden gaan lopen, klonk er een harde stem door de straat heen:

‘Meisje, meisje!’

Door de mist heen kwam een grote donkere man op ons afgerend, en pakte mijn fiets uit mijn handen.

‘Niet bang zijn meisje, ik ga die fiets voor jou maken.’

Nog voor we iets konden zeggen had hij mijn fiets al opgetild en naar de andere kant van de straat gedragen, een donker steegje in.

‘Dat hoeft echt niet hoor, we kunnen best-’ probeerde ik nog, maar ik werd onderbroken door de dakloze man.

‘Nee meisje, ik kan die fiets voor jou maken. Ik zie jullie en ik kan twee mooie meisjes niet naar huis laten lopen.’

Hij zette mijn fiets op de kop en keek voelde even aan de dichtgeschroefde kettingkast.

‘Oké, nu niet schrikken meisjes, ik ga jullie niks doen,’ zei hij terwijl hij wantrouwig om zich heen keek. Toen haalde hij een groot blinkend keukenmes uit zijn binnenzak en zette de punt daarvan in het eerste schroefje.

‘U hoeft echt niet.. We vinden het echt niet erg om te lopen hoor,’ probeerde ik weer, maar de man luisterde niet.

‘Weten jullie waarom ik deze mes bij me heb?’ vroeg hij.

‘U repareert zeker wel vaker fietsen?’ zei mijn vriendinnetje, in een poging de situatie te redden.

‘Nee, nee, ik ben geschoten,’ vervolgde de man, terwijl hij heftig met het mes naar ons gebaarde, ‘ik ben drie keer geschoten!’

Mijn vriendinnetje en ik keken elkaar aan, en even overwoog ook om haar hand te pakken en gewoon weg te rennen.

‘Weten jullie waarom ik ben geschoten?’

Ondertussen was hij bezig met het derde schroefje.

‘Ik ben geschoten door een vrouw. Want kijk van sommige drugs kun je geen stijve krijgen. Maar die vrouw, die wil ook wat. En als die niet kan klaarkomen dan wordt zij heel boos. Dus toen heeft ze mij geschoten.’

‘Oh, uhm.’ zei ik, terwijl ik probeerde mijn lachen in te houden, ‘Ja, dat is vervelend.’

Ondertussen was de kettingkast losgekomen. De man prutste wat aan mijn ketting, deed de kettingkast er weer op en zette mijn fiets overeind.

‘Even kijken of hij het doet.’

De man stapte op mijn fiets en reed de straat uit. Even leek het erop dat hij verdwenen was, maar toen draaide hij om en kwam triomfantelijk teruggefietst.

‘Hij doet het hoor!’

Hij gaf de fiets weer aan mij.

‘Dank u wel,’ zei ik, verbaasd dat het hem gelukt was. ‘Ik wil u hier best voor betalen hoor?’

‘Nee, nee, ik ben nu blij. Ik kon jullie meisjes niet naar huis laten lopen. Geef me een high five!’

We highfiveden de man allebei, te verbaasd om nog iets te zeggen. Toen liep hij weg, de verlaten straat uit. Wij fietsten zonder verder geratel naar het feestje. Oh Groningen, wat ben je toch mooi.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.