Despressie

Door de hoge werkdruk, hoge verwachtingen en vaak een kleine kans op een baan na het afronden van de studie kampen veel studenten –onnodig- in hun eentje met depressies of depressieve klachten. Niets om je voor te schamen, maar het is moeilijk om hulp te vragen in een maatschappij waar perfectie het einddoel is. Zelf ben ik het gevecht aan gegaan met mijn depressie en ik kan nu na maanden vechten eindelijk zeggen dat mijn schreeuw om hulp geholpen heeft. Het is een lange weg, maar wel een die bewandeld moet worden.

                                  

‘We kennen elkaar al zo lang. Al zoveel jaren ben ik het evenbeeld als je in de spiegel kijkt. Al zo’n lange tijd hoor je mij als de stem in je hoofd en beschouw je mij als de ultieme waarheid. Je luistert naar me als ik zachtjes al het positieve weer ontkracht. Soms probeer je me tegen te spreken, en af en toe laat ik het toe. Dan geef ik je de ruimte om jezelf weer op te bouwen, voor ik het kaartenhuis weer deels omverblaas. Ik geef je net genoeg om de dag door te komen. Net genoeg balans zodat je niet helemaal omvalt.’

 

Depressie wordt in de DSM 5 – een handboek met daarin alle psychische aandoeningen en hun symptomen – aangeduid als een periode van twee weken of meer waar aanhoudend zich vijf of meer van de genoemde symptomen worden gesignaleerd in tegensteling tot de voorafgaande periode. Het gaat dus niet om je even down voelen, of een weekje te veel piekeren. Maar om langere perioden problemen ervaren op meerdere vlakken. Helaas is het dus ook niet even op te lossen met een goede mindset en een nachtje lekker slapen. Maar hoe dan wel?

 

Studeren en een depressie hebben is een ontzettend ingewikkelde combinatie. Vaak wil je wel, maar weet je gewoon niet waar je de kracht vandaan moet halen. Op stap gaan zou leuk moeten zijn, maar jij forceert een glimlach op je gezicht. Voor buitenstaanders is niet altijd zichtbaar welke storm er vanbinnen raast, en hoe diep de gevoelens zich in iemands leven hebben geworteld. Wat het voor mij zo moeilijk maakt, of maakte, was dat mijn omgeving zich in twee delen splitste. De mensen die er oprecht voor mij probeerden te zijn en de mensen die altijd maar ‘iets leuks’ wilden doen met me. Even theedrinken, even een filmpje pakken. Het hoeft allemaal niet lang te duren als je de deur maar uit bent. Dat zijn natuurlijk hele fijne suggesties. Maar het was voor mij helaas geen oplossing meer, want niets was meer leuk. Ik hield mijn gordijnen dicht als de zon scheen, want de zon staat voor mij gelijk aan geluk, en ik was niet gelukkig.

 

Dagen leefde ik in een schemerwereld alleen in mijn kamer. Mijn huisgenoten hadden niet eens door of ik wel of niet thuis was, wat mij nog een eenzamer gevoel gaf. ´De wereld heeft mij niet nodig om te draaien´ Een gedachte die dagelijks, elk uur door mijn hoofd spookte. Toch heb ik nooit aan suïcide gedacht, nooit echt. Ik heb me weleens afgevraagd of er iemand zou zijn die me zou missen als ik ineens weg zou zijn. Die gedachte verwierp ik meteen. Ik doe het niet voor anderen, ik doe het voor mezelf. Dat was de gedachte die mij uiteindelijk een beetje sterker maakte.

 

Het moeilijke bij depressies en gevoelens die daaraan gerelateerd zijn, is dat het voor iedereen anders aanvoelt. En ook de oorzaak van die gevoelens is heel erg verschillend. Vaak heeft het te maken met hele stressvolle gebeurtenissen die in het brein stagneren en zich daar nestelen. Een extreme vorm daarvan is PTSS (post traumatische stress syndroom). Bij mij kwam de volledige heftigheid van de depressie naar buiten door een ongelukkig stukgelopen relatie. Maar als ik nu kijk naar de jaren daarvoor denk ik dat het al langer een probleem was. Maar die interne storm is dus voor iedereen anders. Bij mij uitte de depressie zich in extreme somberheid, piekeren en onzekerheid, slecht slapen of juist veel te veel slapen en later aanvallen van paniek en stress bij de kleinste dingen.

 

Een depressie heeft dus niet een enkel duidend ziektebeeld. Je kan ook denken aan gebrek aan – goede – concentratie, je afsluiten van de buitenwereld of gevoelens van waardeloosheid (DSM). Door de verscheidenheid aan klachten en combinaties is het voor iemand zelf al heel moeilijk om de vinger op de zere plek te leggen, of duurt het heel lang voor iemand kan en durft toe te geven dat er iets mis is. Hierdoor kan het zijn dat iemand maanden of zelfs jaren met klachten rondloopt waar niets mee wordt gedaan, waardoor deze alleen maar verergeren.

 

Op mijn dieptepunt ging ik dingen doen die ik niet van mezelf gewend was. Gewoon om de pijn van het alleen-zijn te kunnen vergeten. Zoals in mijn eentje kroegen ingaan om daar vervolgens veel te veel te drinken en door vreemden naar huis te worden gebracht. Ik prijs mezelf nog altijd gelukkig dat het altijd goed is gegaan. Ik vond het moeilijk om voor mezelf te zorgen en een goed ritme aan te brengen in bijvoorbeeld mijn eetpatroon. Soms at ik dagen niet, en als ik dan naar de winkel ging omdat ik wel echt iets moest eten, barste ik soms midden in de winkel in huilen uit omdat ik gewoon echt niet meer wist wat ik moest doen. Dan liep ik helemaal overstuur de winkel weer uit. Ik heb nu nog steeds last van paniekaanvallen, maar gelukkig niet meer in het openbaar. Dan huil ik tot ik geen adem meer kan halen en wil ik het liefst alles om me heen kapot maken. Dat zijn de moeilijkste momenten om over te praten bij mijn psycholoog.

 

Het gebrek aan signaleren en/of behandelen komt niet alleen voort uit het niet kunnen of durven aangeven dat er misschien meer hulp nodig is. Helaas zijn de wachtlijsten voor GGZ-hulpverlening enorm lang, en is er niet voor iedereen meteen een plekje. Dat is natuurlijk een onwijs slechte zaak, want psychisch ‘ziek zijn’ is niet minder erg, of minder goed te behandelen dan een lichamelijk ongemak. Het mag dan niet zo zijn dat je er een pilletje in duwt en dat het dan weer beter is maar met de juiste hulp en deskundig advies kan bijna iedereen zijn balans weer terug vinden. Maar tot de tijd dat je een plekje hebt kunnen vinden, is de huisarts een goede optie. Veel praktijken hebben intern een soort pre-psycholoog. Daar is het ook mogelijk om wekelijks of maandelijks een kort gesprekje te hebben. Vaak over praktische dingen, maar deze mensen zijn net zo goed deskundig en ze zullen samen met jou kijken naar de volgende stap, mocht die nodig zijn.

 

Voor mij duurt het traject langer, mijn eerste behandeling is net afgelopen en ben begonnen aan het volgende traject. Maar hoewel ik nog een lange weg te gaan heb voor ik kan zeggen dat ik beter ben, ben ik blij dat ik uiteindelijk de stap genomen heb en aan de bel heb getrokken. Ook hebben cursussen mindfulness en yoga erg veel voor me gedaan. Het is dus absoluut niet zo dat een psycholoog de enige uitkomst kan bieden. Maar het kan wel een fijne ondersteuning zijn.

 

Laat het niet te ver komen en denk niet te lang dat je het zelf maar moet oplossen. Laat je niet afschrikken door het taboe wat nog steeds heerst op depressies en depressieve klachten. Blijf praten en vertrouw op je eigen beoordelingsvermogen. Als je merkt dat het niet goed gaat maar je het gevoel hebt dat er niemand in de buurt is om op te leunen, is de huisarts altijd een veilige eerste stap. Deze kan je ook andere trajecten aanbieden om in ieder geval eerste stap naar herstel te kunnen maken.

 

3 Responses

  1. Caro says:

    Erg goed en verhelderend stuk! Mooi ook hoe het persoonlijke verhaal van de schrijfster gebruikt word om de taboes rondom psychische aandoeningen en klachten tegen te gaan. Het kan iedereen overkomen! Mooi en dapper!!

  2. HJ says:

    Als iemand zó persoonlijk kan en durft te verwoorden wat een depressie ís en met je doet dan denk ik dat je voor tenminste 1 “iemand anders” die het ook leest een verschil kan maken in zijn of haar leven. En dát vind ik knap!
    Vertel aan die “iemad anders” maar dat ze dit verhaal eens moeten lezen.

  3. Xx says:

    Leuk stuk om te lezen. Ik loop momenteel tegen veel van dezelfde dingen aan.

Reageer ook