Zwaardvechten

 

Jonkvrouwen, kastelen en ridders op paarden: dat is datgene waar mensen over het algemeen aan denken als je het over zwaardvechten hebt. Het lijkt ver van ons af te staan, in de Middeleeuwen thuis te horen. Maar wist je dat er vandaag de dag nog steeds zwaardgevochten wordt? Met minder gevaar voor eigen leven en zonder loodzware ijzeren pakken, maar zwaardvechten kan nog steeds.

Zwaardvechten in Groningen kan bij Mars, de vechtschool voor Middeleeuwse krijgskunsten Noord-Nederland. Yannick en Youp zijn allebei lid bij Mars en ik interviewde ze namens de Groninger Studentenkrant over vechten met een zwaarden, gekneusde vingers en het per ongeluk slopen van lampen. Tezamen: “Verwacht geen Game of Thrones taferelen, in het echt gaat zwaardvechten heel anders in zijn werk.”

“De technieken van het zwaardvechten worden uit Middeleeuwse manuscripten gehaald, geschreven door vechtmeesters”, vertelt Youp. Hij is al 4,5 jaar lid bij Mars en geeft lessen aan beginnende zwaardvechters, zoals Yannick, die net een jaartje lid is. Ze vertellen dat als er in de Middeleeuwen een conflict was waar de rechter niet uit kwam, er een juridisch duel kon worden toegeschreven. De winnaar van dit duel, zo dacht men, had gewonnen omdat God vond dat hij in zijn recht stond. “Om echt te leren zwaardvechten, moesten mensen naar een “Fechtschüle”, waar vechtmeesters mensen dit leerden. De manuscripten werden gebruikt om de lessen van de vechtmeesteres te ondersteunen.”

 

De zwaardvechtschool Mars heeft verschillende vestigingen, namelijk in Groningen, Zwolle en Leeuwarden. “Je kan aan toernooien meedoen en leren knokken in de ring, maar je kan ook willen leren zwaardvechten om te weten hoe het eraan toegaat. Je hoeft niet per se mee te doen aan wedstrijden”, zegt Youp. Een toernooi is het beste te vergelijken met een judotoernooi: eerst een poulefase en daarna een knock-out systeem, waarbij je je tegenstander uitschakelt door van hem of haar te winnen. Er is een scheidsrechter, en er zijn vier juryleden. Zodra er iemand wordt geraakt, wordt er “hit” geroepen door een van de juryleden en worden de vechters uit elkaar gehaald. Een wedstrijd duurt meestal 3 minuten. Youp: “En daarna ben je kapot”.

 

Een ander belangrijk onderdeel van zwaardvechten is de academische kant: mensen die de manuscripten interpreteren en er zo achter komen hoe mensen écht vochten in de Middeleeuwen. Ze proberen de technieken zo precies mogelijk na te bootsen, en de termen verbonden met zwaardvechten niet te vertalen. Zo blijft de historische kant van de sport nog levend en worden de vechters zich hiervan bewust gemaakt. Alles is in het Vroegnieuwhoogduits geschreven, en dus wordt er veel met Hoogduitse termen gesproken tijdens de trainingen. Yannick: “Soms lijkt het net alsof Youp in het Duits lesgeeft in plaats van in het Nederlands. De Duitse termen vliegen je af en toe om de oren.”

 

De zwaarden die over het algemeen worden gebruikt om te vechten, zijn langzwaarden. Om veiligheid te garanderen wordt de bovenkant omgebogen en zijn de zijkanten onscherp gemaakt. De zwaarden zijn net zo zwaar als in de Middeleeuwen: 1,5 kilo. “Dat lijkt misschien niet zoveel, maar dat is het wel. Je gaat helemaal kapot als je met zo’n zwaard vecht”, zegt Youp. Langzwaarden zijn bedoeld om iemand van lange afstand te kunnen raken. Als je dichterbij komt, kun je het zwaard vasthouden als een halfzwaard: je pakt het blad dan halverwege vast en gebruikt het als een soort korte speer.

Ook dolkvechten, worstelen en boksen komen kijken bij zwaardvechten. Een dolk draag je vaak op je rug, en wordt pas gebruikt als je heel dicht bij je tegenstander staat en een langzwaard moeilijker te gebruiken is. Na een korte demonstratie van Yannick en Youp wordt het duidelijk dat er echt veel techniek komt kijken bij het vechten. “Techniek wint het altijd van kracht”, zo vertellen de twee. Het natuurkundige hefboomprincipe komt bijvoorbeeld regelmatig om de hoek kijken.

Zwaardvechten gebeurt in een gecontroleerde omgeving en iedereen heeft beschermende pakken aan. Als gevolg hiervan zijn verwondingen een hoge uitzondering. Youp heeft wel een keer, op de eerste dag in zijn nieuwe huis, iets te enthousiast met een van zijn zwaarden rondgezwaaid, waardoor hij een lamp kapotsloeg.

Hoewel er meer mannen dan vrouwen bij Mars zitten, is zwaardvechten zeker niet alleen voor mannen: vrouwen kunnen ook zwaardvechten. Yannick: “Laatst nog is er een meisje naar Helsinki geweest voor een toernooi. Hier won ze zilver, een superprestatie!”. Naast trainen wordt er ook een maandelijkse borrel georganiseerd en is er een jaarlijks zomerkamp. Mensen gaan ook vaak samen naar zowel buitenlandse als binnenlandse toernooien.

Hoewel zwaardvechtende mensen regelmatig op televisie te zien zijn, is het beeld dat hier geschept wordt niet realistisch. “Op televisie ziet het er een beetje uit als lomp slaan en dansen. Het moet er theatraal uitzien. Echt zwaardvechten is het beste te omschrijven als schaken, maar ook heel hard en snel. Het is nog cooler dan op televisie!”

Reageer ook