Een dag als vuilnisvrouw

 

Het is een wereld die iedereen wel kent, maar waar weinig mensen echt bekend mee zijn: de vuilnisophaaldienst. Daarom ging de Studentenkrant een dagje mee met de vuilniswagen.

Zoals verwacht begint de dag vroeg. Om 7 uur verzamelen de vuilnismannen (die inderdaad allemaal mannen zijn) bij het gebouw van de Milieudienst waar eerst de nodige koppen koffie worden gedronken. De aanwezigen lijken minder moeite te hebben met het vroege uur dan ik.

Chauffeur Eric neemt mij vandaag onder zijn hoede en vertelt trots over zijn wagen, die nog maar een paar weken oud is. Eric is verantwoordelijk voor een route langs diverse ondergrondse afvalcontainers. ‘s Ochtends krijgt hij op zijn tablet een overzicht van alle volle containers zodat hij weet welke geleegd moeten worden. Hij verzekert me dat ik het proces van het legen waarschijnlijk ‘heel leuk’ zal vinden.

De cabine van de wagen is gezellig ingericht en biedt een interessant perspectief op de stad. Vanaf grote hoogte kijk je neer op de weg. Door de grote omvang is het hier en daar wel lastig manoeuvreren, en zou je denken dat ongelukken niet zijn uitgesloten. Toch heeft Eric pas een paar weken geleden zijn eerste ongeluk gehad. Hij kon een onoplettende automobiliste niet meer ontwijken. Gelukkig kwamen beiden er zonder kleerscheuren van af.

Eric krijgt gelijk: het leeghalen van de containers is een behoorlijk spectaculair gezicht. Via een soort dashboard met knoppen bestuurt hij de kraan die de containers uit de grond tilt. Dit is een redelijk precies werkje, maar het gaat hem goed af. De bakken worden geleegd in de wagen alvorens Eric ze weer terug plaatst in de grond, wat bijna op de centimeter precies moet gebeuren. Het afval dat nu in de wagen zit wordt daarna samengeperst door een klep die met immense kracht het afval samenduwt.

We rijden verder naar de volgende stop. Omdat er zo vaak in- en uitgestapt moet worden zijn de vuilnismannen ontzegd van de verplichting tot het dragen van een gordel. Erics route beslaat ook een deel van de binnenstad, waaronder de Oosterstraat en een aantal andere krappe straatjes. Hier moet hij extra voorzichtig te werk gaan, want een foute beweging kan zomaar een kapotte ruit of auto betekenen.

Op dit deel van de route worden we regelmatig geconfronteerd met ongeduldige weggebruikers. Fietsers die snel even voor de wagen langs schieten, toeterende automobilisten en wachtende buschauffeurs zijn geen zeldzaamheid. ‘Dat is het enige nadeel van dit werk,’ vertelt Eric, ‘dat de wagen zo groot is.’ Het lijkt inderdaad alsof de voorbijgangers slechts oog hebben voor het feit dat de weg wordt geblokkeerd, en niet dat Eric zijn werk probeert uit te voeren.

Desondanks is het duidelijk dat hij veel plezier beleeft aan zijn werk. Eric steekt veel tijd in het onderhouden van zijn vrachtwagen, en doet zelfs mee aan wedstrijden containers legen. ‘Ik word meestal tweede.’ Hij geniet ook van de vrijheid die het werk biedt. ‘Als ik alles heel snel zou doen, zou ik ongeveer om 12 uur klaar kunnen zijn met mijn route. Maar ik ben vrij om pauze te nemen.’

We eindigen bij de afvalstort. Hier wordt al het samengeperste afval gedumpt, waarna het machinaal gesorteerd wordt. Het afval dat Eric ophaalt is namelijk restafval, en kan dus uit vanalles bestaan: papier, etensresten, plastic, et cetera.

Het werk van vuilnisman biedt een geheel andere kijk op Groningen. Ineens zijn alle straten klein en nauw en staan fietsen continu in de weg. Regelmatig liggen er vuilniszakken, afgedankte spullen of kerstbomen naast de ondergrondse containers, iets dat eigenlijk niet mag. Eric gooit deze meestal gewoon in de containers en laat de straat zo opgeruimd achter. Het gevoel dat ik aan het einde van de dag heb is dat er best wat meer waardering mag zijn voor de vuilnismannen die weliswaar soms in de weg staan, maar ook met veel plezier belangrijk werk uitvoeren.

 


You may also like...

Reageer ook