Burn-out

Ongeveer de helft van de studenten kampt met psychische klachten, dat blijkt uit het onderzoek van de LSVb (Landelijke Studentenvakbond voor en door studenten). Studenten hebben last van een hoge studiedruk en last van een combinatie van verschillende bezigheden. Ondanks dat het lang en breed bekend is dat veel studenten last hebben van psychische klachten lijkt het alsof het niet minder wordt. Zo kreeg ook studente Deborah Voogd (21) afgelopen april een burn-out. Ze hoorde daarmee bij de groep mensen die zij eerst als zwak beschouwde. Ik leer nu dat het ook goed is om niet altijd sterk te zijn, juist te weten dat je een grens hebt, is ook best goed voor je. Eigenlijk zijn die zwakke mensen helemaal niet zwak, maar zijn ze gewoon meer in balans’.

Vorige collegejaar deed Deborah een bestuursjaar. Tijdens het avondeten voor een ALV kreeg ze een migraineaanval en werd ze naar huis gestuurd. In die dagen erna bleef haar migraine aanhouden en kwam ze niet van bed. Ze was letterlijk uitgeschakeld. ‘Ik ging uitrusten in de veronderstelling dat ik geen migraine meer zou krijgen, maar ik bleef heel moe. Ik kon me niet concentreren en ik dacht dat ik heel moe was door de migraineaanvallen die ik heb gehad. Op een gegeven moment dacht ik: misschien is het wel andersom, ik krijg migraineaanvallen omdat ik zo moe ben.’

Wat is er voorafgaand gebeurd?
‘Het was een stressvol bestuursjaar waarin mijn medebestuursleden en ik tegen veel moeilijke dingen aanliepen. Ook viel er eerder al iemand uit in het bestuur wat ervoor zorgde dat ik dubbele taken moest doen totdat er een vervanger kwam. In maart ging het in het in mijn gezin niet goed en dat zorgde ervoor dat het emotioneel ook nog zwaar werd en ik het niet meer aankon. Ik had een wensenlijstje met wat ik wilde doen wat ook mooi zou staan op mijn CV. Alles vond ik leuk en ik wilde ook niks missen, overal moest ik bij zijn. Ik had alles wel op een rijtje totdat er scheurtjes in kwamen en ik het niet meer kon dragen.’

Ben je gelijk gestopt met alles toen bleek dat je en burn-out had?
‘In het begin heb ik zes weken gewoon thuis gezeten. Op een goede dag kon ik wel even naar de winkel toe wat boodschapjes doen. Op een slechte dag zat ik de hele dag op de bank. Niet in bed want ik moest wel het dag- en nachtritme aanhouden en overdag niet gaan slapen.’

Ben je in therapie gegaan?
‘Ja, maar niet bij een psycholoog. Ik ging naar een studentencoach. Het was best fijn want ik had geen zin in een psycholoog die heel gevoelig en zwaar zou gaan doen. De coach was lekker praktisch en nuchter. De coaching was gericht op re-integratie: weer aan het werk en met wat je daarvoor bezig was. Ik moest weer dingen gaan proberen en kijken of het lukte. Bijvoorbeeld weer langzaam beginnen in het bestuur, maximaal twee uurtjes. Lukte het niet? Dan gingen we het plan weer aanpassen en zoeken naar wat ik aan kon.’

Vond je het moeilijk te accepteren dat je een burn-out hebt?
‘Ja natuurlijk, want het paste niet bij mij. Ik ben naar de dokter geweest met de veronderstelling dat er iets anders mis was. Pfeiffer, bloedarmoede of verkeerde migrainemedicatie. Het kon niet een oververmoeidheid zijn. Toen de dokter zei dat ik een burn-out had dacht ik dat ik ff moest uitrusten, maar ik moest leren dat er in mijn hoofd dingen misgaan. Het is echt iets psychisch.’

Veel mensen komen over alsof ze alles op een rijtje hebben, maar uiteindelijk zakken ze in elkaar. Hoe kan dat denk je?
‘Er zit iets grenzeloos in die mensen. Allereerst zie je dat als iets goeds, ze zijn altijd aanwezig, ze pakken dingen op, ze fiksen het wel. Wat je daarachter niet ziet dat die mensen niet weten wat hun eigen grenzen zijn. Als ik kijk naar mijzelf: ik ben nu moe maar ik weet niet of ik moet doorgaan of stoppen. Ik weet oprecht niet wanneer het teveel is. Behalve als ik migraine krijg of zo moe ben dat ik niet mijn bed uit kom, maar dan is het te laat. Je lichaam zegt dan stop, maar dat moet je voor zijn.’

Ben je nu hersteld?
‘Ik weet niet zo goed wat daar de definitie van is op dit gebied. In april kreeg ik een burn-out, het is nu november. Er is zeker een stijgende lijn, al is het met vallen en opstaan. Hoe lang het gaat duren heb ik geen idee van. Als ik nu kijk naar mijn studie gaat het prima: ik haal hoge cijfers omdat ik zo gefocust ben daarop. Mijn sociale leven is heel lastig. Dat is voornamelijk ’s avonds en dan ben ik al heel moe. Ik zie mijn vriend en familie veel, maar het is wel lastig om met goede vriendinnen af te spreken, ik zeg vaak afspraken af. En dat is niet omdat ik ze niet wil zien want ik wil ze dolgraag zien, maar ik ben dan gewoon te moe. Ik baal daar vaak van.’

Het lijkt wel suf als je maar één ding tegelijk doet.
‘Klopt. Het lijkt ook suf om nee te zeggen. In ons studieklimaat is het ook niet genoeg om maar één ding tegelijk te doen. Je moet naast je studie je CV opbouwen om je te onderscheiden. Je bent dan ergens lid, doet een leuke commissie en wil jezelf misschien ook wel opwerken voor een bestuursjaar. Daarnaast heb je ook nog verschillende vriendengroepen die je wil onderhouden. Je gaat een stage lopen, een honoursprogramma of iets anders belangrijks voor je studie. En misschien word je ook wel politiek actief. Alles moet en dat is slopend.’

Vind je het ook naar om te zeggen dat je een burn-out hebt?
‘In het begin vond ik dat wel, maar nu gaat het weer beter met mij dus dan kan ik dat ook wel zeggen. Ik vond mensen met een burn-out altijd zwakke mensen. Ik dacht altijd: kom op man, even nuchter doen, even relativeren, je bent nog jong’. Waarschijnlijk kan ik ook minder relativeren dan gedacht en blijkbaar hoor ik dus ook bij de zwakke mensen. Ik leer dus nu heel veel over dat het misschien ook wel goed is om niet altijd sterk te zijn, maar juist het weten dat je een grens hebt ook best wel goed voor je is. Want de dingen die je dan wel doet, doe je dan met veel meer aandacht. Dus misschien zijn die zwakke mensen dus eigenlijk helemaal niet zwak, maar zijn ze gewoon meer in balans. En ik probeer dat nu ook te worden. Het blijft wel gek om iets te krijgen waarvan je eerst dacht dat je niet bij dat soort mensen hoort.’