Lennart Leutert: Studeren in de trein

Het is laat in de avond als ik in Amsterdam op een vertraagde trein wacht. Omdat mijn studentenreisproduct spoedig zal aflopen ben ik de laatste tijd veel aan het reizen. Oude vrienden in andere steden bezoeken. Dan heb je toch het gevoel dat je er godverdomme gebruik van hebt gemaakt ook. Nergens is het beter studeren dan in een vrijwel lege nachttrein en ik heb nog wat in te halen. Dat heb ik me dan ook voorgenomen. Studeren.

Al snel kom ik erachter dat we onderweg zijn naar Utrecht; ik ben in de verkeerde trein met vertraging gestapt. Je moet ook goed op de vertragingen letten. Welke trein hoort bij welke vertraging? Naast mij zit een coke-verslaafde rapper. Hij snuift coke. En hij rapt. Over een zware jeugd in Nederland. De andere passagiers kijken geïrriteerd toe, maar het is gelukkig een klein stuk naar Utrecht.

De trein die mij naar Amersfoort brengt heeft zo veel vertraging dat hij op tijd is. In Amersfoort kan ik nog net de laatste trein naar Groningen halen. Nu is er niets meer dat mij van studeren kan weerhouden. Dan komt er een kok-met-drankprobleem mijn coupé binnen waggelen. Hij drinkt whiskey. En hij heeft een mes. Hij gaat naast mij zitten en stelt zich voor.
‘Ik ben Mike.’
‘Dag Mike.’
‘Wat ben je aan het doen?’
‘Ach, ik probeer wat te studeren.’
Nu gaat hij onvermijdelijk over zijn eigen studententijd praten. Zo kan ik mij niet concentreren, maar dat is nu bijzaak. De man heeft een mes in de ene en een fles whiskey in de andere hand. Wie weet waartoe een mens in staat is? Goed luisteren en geen verdachte bewegingen maken.
‘Ah, studeren,’ verzucht Mike. ‘Dat weet ik nog wel. Utrecht, jaren tachtig. Een heerlijke tijd. Wat is dat toch lang geleden.’

Mike begint aan een onsamenhangend relaas over zijn studententijd, terwijl hij af en toe een grote slok neemt. Hij vertelt over de stad, over zijn vrienden, over zijn dromen. Het komt er allemaal op neer dat hij zijn studie niet heeft afgemaakt en dan maar het pannenkoekenrestaurant van zijn ouders heeft overgenomen. Na een uur dreigt hij in slaap en het mes uit zijn hand te vallen. Even overweeg ik het op een lopen te zetten, maar besluit toch zo weinig mogelijk risico te nemen.
Dan schrikt Mike wakker. Hij begint met zijn mes een figuur, wat vermoedelijk een vrouw moet voorstellen, in de stoel voor hem te krassen, terwijl hij tandenknarsend mompelt: ‘Die hoer. Die stomme hoer.’

Tot mijn opluchting rijden we Groningen binnen. Mike stapt haastig weg. Ik wacht even tot ik zeker weet dat de man verdwenen is en loop dan ook naar buiten. Lekker studeren in de trein; het is er weer niet van gekomen. Zo loop je vanzelf vertraging op. Gelukkig is de bus op tijd.