De Tien: Redenen om nog niet naar huis te gaan

Je kent het wel. Een fenomeen dat wekelijks terugkomt. Je ligt weer eens gebroken in je bed, je hebt de douche al uitgezet, je wilde wel maar het ging gewoon allemaal niet echt. En je kater won weer eens het gevecht. Dat soort dingen. Maar als je je geheugen (die overigens wel eens beter heeft gefunctioneerd) afzoekt en piekert naar waar het dit keer weer misging blijft het één groot zwart gat. Je zou gister toch op tijd naar huis gaan? Niet gelukt. Hier tien redenen die wellicht de revue zijn gepasseerd bij jou vannacht. Doe er iets mee. Of toch niet? Succes met de hoofdpijn verder!

  1. ‘Nou vooruit. Eén drankje dan.’
    Wellicht het meest gehoorde excuus onder studenten. Dat verdomde ‘ene’ drankje, dat zich op magische wijze altijd weet om te toveren tot pitchers en emmers vol ene drankjes. Maar wees eens eerlijk. Eén drankje, dat kan toch ook nooit goed gaan? Als er eenmaal een alcoholisch engeltje op je tong heeft gepiest begint de ellende. Het herinnert je weer aan de goede smaak, de opeens zo overbodige colleges en dat oneindige gevoel van geluk. Tot de ochtend daarna, maar ach. Die lijkt na dat ‘ene’ drankje nog heel, heel, ver, weg.
  2. ‘Ik zeg altijd maar zo, hoe meer bier ik drink, hoe beter ik er uitzie.’
    Laten we het maar niet over de ochtend erna hebben. Maar he, tijdelijke schoonheid is ook een ding. En wie wil dat nou niet?
  3. ‘Zullen we anders even voor één liedje een kijkje in de stad nemen ja?’
    Heel gevaarlijk. Voor je het weet zit je aan de mega mix top 100. En dan hebben we het nog niet eens over de hoeveelheid mixjes die je er jodelend achteraan hebt gegooid.
  4. ‘Ik geloof dat ik zonet gedumpt ben.’
    Oké. Misschien was het geen relatie. Misschien was het maar een scharrel. En oké misschien was dat woord zelfs te groot om deze zekere persoon mee aan te duiden. Maar hé, een betere reden om aan de Martini onder te toren te gaan bestaat niet toch? Dat je drie Martini’s en twee wijn later opeens een kijkje gaat nemen in de stad en werken de volgende dag er niet meer in zit had jij ook niet aan zien komen…
  5. ‘Oké, oké, ik ga al mee. Maar ik stel wel een avondklok voor mezelf in.’
    ‘Ik wil eigenlijk om drie uur in mijn bed liggen, maar als het echt heel leuk is wil ik er misschien wel vier uur van maken.’ Maar dan is natuurlijk je iPhone leeg, want die mensen van Apple weten niet hoe ze batterijen moeten bouwen en tegen die tijd dat het drie uur is het natuurlijk erg gezellig en dan is het natuurlijk helemaal niet jouw schuld dat je pas weer om acht uur naar huis hobbelt, toch? TOCH?!
  6. ‘He ben jij ook in de stad? Als jij er niet bent ga ik ook niet!’
    Nou goed dan. Dan ga jij ook wel. Want hè: andermans geluk en plezier wil je toch niet ontnemen? Zou wreed zijn.
  7. ‘Ik op stap vanavond? Ah nee joh, ik doe even een degelijk theetje op de bank vanavond.’
    Maar goed als dan opeens een oud-collega je een Snapchat stuurt dat hij eindelijk weer eens in Groningen is en je die collega eigenlijk helemaal niet zo goed kent maar toch wel zin hebt in bitterballen met bier… Goed. Je kent de rest.
  8. ‘Jij gaat niet op stap vanavond? Oke, let’s go, hobbelen!’
    Tipje van de redactie. Omgekeerde psychologie: andere mensen in je eigen verderf meetrekken. Is vaak ook erg effectief.
  9. ‘Echt niet dat ik vandaag aan het bier ga. Ik ben fitgirl en fitgirls drinken Wodka Spa Rood.’
    En aangezien jij vrienden in categorie gebod acht hebt, is verdere overleg overbodig aangezien jij uit voorzorg toch maar een fles Wodka mee hebt genomen, omdat je anders toch wel weer bier aangeboden krijgt #thelogicisreal.
  10. ‘Oke, maar niet te gek ja.’
    Niet te gek? Tja. Uiteraard een heel subjectief begrip. Acht uur uit De Tapperij schuifelen is tegenwoordig al lang niet zo gek meer.

You may also like...

Reageer ook