Op bezoek in een autistenhuis

kopfoto-autisme-klein


Sinds kort heeft de Schildersbuurt er een nieuw studentenhuis bij. Normaal gesproken is dat niet echt nieuws, aangezien die buurt al zo dichtbevolkt is door studenten. Toch is deze bijzonder. Onder de naam Stumass Groningen 4 wordt dit huis namelijk uitsluitend bewoond door studenten met autisme. Recipe for disaster?

We bellen aan bij het statige, gerenoveerde pand, dat verdeeld is over twee verdiepingen. Woonbegeleidster Jildau Canrinus doet open en leidt ons door een trappenhal naar de tweede verdieping, waar de kamers van de studenten zich bevinden. Onderweg vertelt ze ons dat veel studenten met autisme uitvallen in hun eerste studiejaar. Ze kunnen moeilijk omgaan met alle veranderingen die het studentenleven met zich meebrengt. Om te voorkomen dat hun talenten verloren gaan werkt Stumass sinds 2009 aan een landelijk netwerk van studentenhuizen speciaal voor autisten. In de inmiddels ruim dertig Stumasshuizen is een groot deel van dag een begeleider zoals zij aanwezig, die de studenten waar nodig hulp biedt. Dit reikt van de studie tot aan het schoonhouden van het huis. Het doel is dat de studenten zo veel mogelijk zelfstandig leren leven.

foto-autisme-magneetbord-kleinAangekomen op de tweede verdieping lopen we langs een groot wit bord met informatie over de aanwezigheid van de bewoners. Via rechthoekige magneetjes met namen wordt aangegeven wie er allemaal thuis zijn. Net als bij de NS moeten studenten hier in- en uitchecken. Eenmaal door de voordeur komen wij terecht in een buitengewoon nette hal voor een studentenpand. Geen rondslingerende dozen met lege flessen wijn of stapels oude reclamefolders om over te struikelen. We hangen onze jassen op en lopen naar de keuken langs een prikbord vol roosters en schema’s. Schoonmaakroosters, eetroosters en roosters voor huisbijeenkomsten: de bewoners zijn zichtbaar gesteld op orde en structuur.

In een ruime keuken ontmoeten we Quinten, een drieëntwintigjarige student Sterrenkunde, die boven het fornuis in een pan romige witte saus aan het roeren is. Met een pasta carbonara staat ons een klassieke studentenmaal te wachten. ‘Nog vijf minuten en we kunnen gaan eten,’ vertelt Quinten terwijl zijn ogen op de pan gericht blijven.  Twee andere huisbewoners komen ons vergezellen in de keuken. Ze stellen zich voor als Tim en Martijn. Tim is drieëntwintig en studeert HBO Communicatiesystemen. Hij is een praatgrage jongen gekleed in wat zich het beste laat omschrijven als een tenue de ville. ‘We wonen nog maar pas hier samen en het is allemaal nog even wennen,’ vertelt hij. ‘Wel hebben we het al erg gezellig.’ Naast hem knikt de wat stillere Martijn (22) zijn hoofd instemmend. Met zijn eenvoudige donkere T-shirt en blauwe spijkerbroek vormt hij een mooi contrast met het nette overhemd, gilet en de stropdas van Tim.

Stipt om zes uur geeft Quinten een sein dat het eten klaar is. Iedereen begeeft zich naar de woonkamer waar een lange tafel gedekt staat. De vierde en laatste bewoner, Edzard (22), komt ook aangelopen. Hij blijft wat vertwijfeld in de deuropening staan. Begeleidster Jildau legt uit dat hij het erg druk heeft met zijn studie Geschiedenis waardoor hij extra prikkelgevoelig is en snel gestrest kan raken. Hij eet daarom liever zelf even snel een hap op zijn kamer. Terwijl het eten wordt opgeschept ontstaat er al snel een gezellige huiselijke sfeer. ‘We eten vrijwel altijd samen,’ vertelt Tim. ‘Dat kan alleen omdat het avondeten hier met regelmaat plaatsvindt op duidelijke van tevoren bepaalde tijden. Het moet een vast punt innemen op de dag.’

Regelmaat

Jildau legt uit dat deze regelmaat belangrijk is omdat onze tafelgenoten moeite hebben met tijdsbesef. Zo kan het voorkomen dat ze heel geconcentreerd aan het studeren zijn en zich pas laat in de avond beseffen dat ze het avondmaal hebben overgeslagen. Of ze gaan volledig in een computerspelletje op en weten niet wanneer ze moeten stoppen. De hele nacht wordt er doorgespeeld, met als gevolg dat ze zich verslapen voor een college. Hun gevoel voor tijd kan ook tijdens het koken voor problemen zorgen. Enkele weken terug wilde Tim soep gaan klaarmaken. ‘Ik dacht daar wel even mee bezig te zullen zijn en had er twee uur voor uitgetrokken. Bleek het veel minder lang te duren,’ vertelt hij.  ‘Ik weet in zo’n situatie niet wat ik vervolgens moet doen met de tijd die ik overhoud. Rusteloos hang ik dan rond in de keuken tot de twee uur verstreken zijn. Van de soep is dan weinig over.’

Woonbegeleidster Jildau helpt de bewoners om dit soort problemen op te lossen. Zo hangen er nu schema’s in de keuken waarop de precieze kooktijd van bepaalde voedingsmiddelen is af te lezen. Tussen acht uur ’s morgens en tien uur ’s avonds is er altijd begeleiding aanwezig. Elke bewoner heeft daarnaast een eigen begeleidingsplan, toegespitst op de studie, maar ook op andere aspecten van zelfstandig wonen.

Quinten heeft concentratieproblemen bij het studeren en snel last van externe druk. ‘Als ik dan het overzicht kwijtraak, kan ik nu samen met mijn begeleider kijken wat we er aan kunnen gaan doen.’ Ook voor Tim maakt persoonlijke begeleiding een wereld van verschil. Sinds hij begeleiding heeft is hij rustiger en minder snel overprikkeld of gefrustreerd. ‘Wanneer ik in het verleden een moeilijke dag had, sloot ik mij al snel in mijn kamer op. Nu vraag ik hulp aan mijn begeleiders,’ vertelt hij. ‘Dat kan echt het verschil maken. Je kan eerlijk tegen hen zijn, het zijn niet je ouders en ook niet je vrienden.’

Zonder structurele begeleiding lopen studenten met autisme vaak vast. De overstap van de overzichtelijke middelbare school naar hbo of universiteit is groot. Wanneer ze op kamers gaan is deze nog groter. Volgens Jildau is wonen in een regulier studentenhuis met alle gebruikelijke chaos vaak niet haalbaar voor studenten met autisme. Daar ontbreekt de structuur die ze nodig hebben. Ook hebben ze moeite met de zelfstandigheid die hoort bij op kamers gaan.

Leren om zelfstandig te wonen gaat met kleine stapjes in het nieuwe pand in de Schildersbuurt. Voor Tim is zelfstandig schoonmaken nog erg moeilijk. Hij moet leren niet te perfectionistisch te zijn. ‘De badkamer heb ik wel eens twee keer achter elkaar schoongemaakt. Na uren poetsen was ik toch nog niet helemaal tevreden en ben ik weer opnieuw begonnen.’ Ook een wasje draaien doet hij niet in een handomdraai. ‘Zo’n wasmachine is mij veel te chaotisch met al die knopjes, lichtjes en standen. Ik schiet gelijk in de stress.’ Voor Martijn kunnen de dagelijkse boodschappen een bron van frustratie vormen. Al die keuzes, veel te veel prikkels. Vijftien soorten pasta, negen verschillende rode sauzen, rundergehakt, runderreepjes, runderballetjes, half om half, mager en extra mager, waar te beginnen? Van Jildau hebben ze de tip meegekregen om steeds het goedkoopste product in de winkel uit te zoeken. Hierdoor blijven er veel minder keuzes over en daarmee minder prikkels. Dit leidt uiteindelijk tot minder stress. Quinten vertelt ons met een licht trotse ondertoon dat de pasta carbonara van vandaag slechts 1,68 per persoon heeft gekost.

Het actiefste niet-actieve lid

foto-autisme-biglebowski-kleinVier studenten met autisme bij elkaar en er komen er volgens de planning nog drie bij. Toch raken de huidige bewoners niet snel geïrriteerd van elkaars gedrag of de moeilijkheden waar ze tegen aanlopen. ‘Soms wordt er aan tafel gesproken over dingen die we allemaal lastig vinden vanwege ons autisme, zoals het sociale aspect, en die herkenning vind ik heel prettig,’ vertelt Tim. ‘We hebben niet allemaal last van dezelfde problemen, maar je hoeft niets aan een ander uit te leggen. We weten van elkaar waar het vandaan komt.’

Uitsluitend met autisten bij elkaar wonen blijkt ook zo zijn voordelen te hebben bij de dagelijkse tafelgesprekken. Die gaan volgens Quinten veel meer de diepte in. Zo hebben discussies over stripboeken en Noord-Korea er al voor gezorgd dat er flink lang nagetafeld werd. ‘Onze interesses zijn heel breed, maar ook heel diepgaand. Thuis begrijpen ze er geen klap van, maar hier kunnen we met hele specifieke kennis lang napraten over bepaalde feitjes.’ Jildau merkt op dat ze vaak erg specifieke fascinaties ziet bij de jongeren die ze begeleidt. En het is mooi dat de bewoners van dit Stumasshuis elkaar daarin vinden. Martijn: ‘Ik dacht altijd dat ik daar uniek in was en hier kom ik er plotseling achter dat er ook anderen zo zijn.’ Naast specifieke kennis bevatten de gesprekken ook specifieke humor. Deze wordt volgens de heren gekenmerkt door flauwe humor met veel woordgrappen en een Engelstalige insteek.

Ondanks dat ze zich herkennen in elkaars gevoel voor dezelfde specifieke humor, voorliefde voor diepgaande gesprekken en moeilijkheden bij het zelfstandig studeren en wonen, zien ze zichzelf toch vooral als studenten en niet als autisten. ‘Het label autist is al snel op ons geplakt, maar wij voelen ons gewoon studenten in een studentenhuis in Groningen,’ zegt Tim. ‘Genoeg studenten wonen nog bij hun ouders thuis, of ze wonen in studio’s, maar wij wonen in een echt studentenhuis waar we alles met elkaar delen, behalve onze slaapkamer.’

Ook buiten het huis draaien ze gewoon mee in het studentenleven. Zo werkt Martijn naast zijn studie Informatica al jaren mee als vrijwilliger aan de KEI-week. Hij is niet erg actief met alle voorbereidingen voor de week, maar zet zich vol in tijdens de introductieweek. Voor iemand met een autismestoornis lijkt dat wat aan de drukke kant. Er komen nogal wat prikkels op je af wanneer vijfduizend toekomstige studenten zich al fuivend een week lang voorbereiden op het leven van een student. Toch vormt dat voor Martijn geen enkel probleem. ‘Door mijn autisme kan ik mij volledig fixeren op aan mij gegeven opdrachten, zoals het ophalen van nieuwe plastic bierbekertjes. Hierdoor kan ik mij afsluiten van de prikkels die op me afkomen van alle KEI-gangers,’vertelt hij. ‘Wanneer de avond vordert komen steeds minder KEI-vrijwilligers van hun opdrachten terug. Ze blijven ergens bier drinken of maken een praatje met een bekende. Uiteindelijk ben ik de enige die nog verschijnt. Ze noemen me daarom ook wel het actiefste niet-actieve lid.’

Nadat we het eten hebben opgegeten en uitvoerig hebben gesproken over het leven in een Stumasshuis, begeven Quinten, Tim, Martijn en Jildau zich naar de bank. Vanavond staat een huisavond op de planning. Edzard, die vanwege drukte met zijn studie de avond helaas moet laten schieten, had voorgesteld om de studentenklassieker The Big Lebowski te gaan kijken. Hier komen we meteen een opstartprobleempje tegen: er is geen dvd-speler. Gelukkig kan de film na wat priegelen met kabels, laptops en afstandsbedieningen toch vertoond worden. Als de film eenmaal draait, kan Edzard het niet weerstaan om toch een paar scenes te kijken. Hij is namelijk groot fan. Op de vraag ‘uit welk jaar is die film eigenlijk?’ weet hij voor het einde van de zin al het juiste antwoord, 1998, te geven. Bovendien weet hij van het kleine stukje dat we gezien hebben iedere dialoog volledig te citeren. ‘Hoe vaak heb je die film wel niet gezien?’ ‘Oh, twee keer maar’, zegt hij nonchalant.

Eén gedachte over “Op bezoek in een autistenhuis

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.