Het leed dat lunchen heet

payard-croissants
Foto: ulterior epicure

Iedereen kent ze wel. Die types die tegen het middaguur middenin een gesprek ineens opgeschrikt kijken en zeggen dat ze nu eigenlijk wel moeten haasten om niet te laat bij hun lunchafspraak te komen. Het zijn in mijn ervaring vaak meisjes, al zijn er ongetwijfeld ook jongens die het doen.

Kijk, met lunchen is in principe niets mis. Moet gebeuren. Ik ken – weliswaar milieuactivistische – mensen die ’s avonds niets meer eten en dan is lunchen wel van levensbelang. Nee, het gaat me om het lunchen in die dure, luxe toko’s. De types die daar hun middageten verorberen, betalen zo minstens tien euro voor die twee croissantjes met dat ene kopje thee, of koffie zo je wil, en daarna veinzen dat je vol zit, terwijl je eigenlijk heel goed weet dat je weer eens afgezet bent en in je gedachten al op die zompige Big Mac kauwt – maar goed, alles voor het imago. Trouwens, hoe ga je dat betalen als student zijnde, meerdere keren in de week luxe lunchen? Het antwoord heeft hoogstwaarschijnlijk te maken met ofwel het aanvinken van de maximale bijlening op de site van DUO, ofwel de desbetreffende ouders die een vrij soepel beleid hanteren over de geldstroom richting Groningen.

Dit luxe lunchen gaat altijd gepaard met die typische welbekende interessant-doenende toon. ‘Ik ben eigenlijk heel druk en heel belangrijk, maar tussen de middag – terwijl ik mijn middagmaal opeet, om me heen kijk en doe alsof ik naar je luister – heb ik nog wel even tijd voor je.’ Dan nog iets. Als er iets zeker is, is dat er naast het bord, waarop het duurbetaalde croissantje of salade of whatever rust, een smartphone ligt. Ook dit heeft weer alles te maken met het edele beroep van interessant doen. Trots kijken de lunchklanten zo nu en dan op als zij vanuit hun ooghoek zien dat de whatsappjes binnenstromen. Het is dus wel van groot belang dat de berichtenstroom – evenals de geldstroom – op peil blijft.

En dan zijn we nog niet eens aanbeland bij het laatste punt, dat ook in het hoofdstuk ‘Smartphone’ past. Facebook. Door sommigen weleens aangeduid als ‘de ziekte in de samenleving’, en toegegeven: daar zit wat in. Een echte high-class lunch is niet compleet zonder een statusupdate waarin je stelt heerlijk aan het kanen zijn met die ene goede vriendin, waarbij natuurlijk een foto van het voedsel hoort. Je kunt natuurlijk ook een tweetje de wereld inslingeren, maar goed, er gaan steeds meer stemmen op dat Twitter vooral bevolkt wordt door breezerchicks en bontkraagtuig, dus voor alle veiligheid gewoon nog even Facebook zolang dat nog tof is.

In mijn middelbare schooltijd kozen wij voor een andere benadering. We waren jong, arm, en totaal niet bezig met onze gezondheid (of het milieu). Toch moest er gegeten worden tussen de middag. Daarom introduceerden wij het fenomeen AfbakWoensdag. Deze naam sloeg op de afbakbroodjes die we in de oven mikten, en waarin later de goedkoopste knakworstjes – getopt door een flinke kwak ketchup of mayo – kwamen te liggen. Telkens als ik die meiden in die restaurantjes zo rond de klok van twaalf aan een salade zie zitten, moet ik daar weer aan terugdenken. Ik weet wel voor welke optie ik zou kiezen.