Op de bonnefooi via Tsjetsjenië naar de Noordkaap

De gemiddelde student is reislustig. Je kunt ze overal tegen het lijf lopen en hun doelen zijn uiteenlopend: voor de studie of puur voor vertier tijdens de zomervakantie. Maar, er zijn natuurlijk mensen die niet genoeg hebben aan de zomervakantie of een half jaar in het buitenland studeren. Wat ga je dan doen? De hele wereld doorliften. Na in 193 dagen van Groningen naar Zuid-Afrika gelift te zijn, vond Christiaan Triebert het wel een geschikt idee om het maar even rustiger aan te doen. Een reis door Oost-Europa was het vervolg. Een selectie uit zijn verhalen.

IMG_0083

Dag 1: Groningen – Allertal (D)

De schoonheid van het Schengenverdrag zit verstopt in de verlatenheid van de Nederlands-Duitse grens ‘Bad Nieuweschans’. De tijd heeft er stil gestaan sinds 1985. Het is goed zo, kom maar, ga maar. Geen haan die om je kraait wanneer je de grens oversteekt. De Bundespolizei rookt rustig een sigaret.

Tijdens het liften zijn (verlaten) grenzen en tankstations de onontkoombare targets op je wegenkaart. Je begint er en je eindigt er. De weg is belangrijker dan het doel, zegt men wel eens. Dat is het zeker wanneer je doel een tankstation is – je wil er liever niet te lang blijven. Toch hebben ze iets fascinerends. Een tankstation is de perfecte plek om jezelf in anonimiteit te hullen. ‘De verlatenheid en anonimiteit van zulke plekken onttrekken ons aan de dagelijkse routine die een blokkade vormt voor ons vrije denken,’ zei een waarde vriend van me. Kijken naar de bezoekers. Ruziënde families op vakantie, een zakenman die belt. Kijken in jezelf. Zonder het vertrouwelijke thuis lijk je vrijer te zijn.

Na een uur begint de grens echter te vervelen. Een Duitse arbeider van Turkse afkomst komt dan ook als een geschenk uit de hemel wanneer hij knikt op de vraag of we mee mogen rijden. ‘Ik moet nog zeshonderd kilometer rijden, dus een beetje gezelschap is welkom,’ zegt de vader van vier die doordeweeks in Eemshaven werkt. Op de achterbank liggen een paar pakken stroopwafels, zuivelwaren en een bakje kersen. ‘Het is Ramadan en ik wil wat lekkers meenemen voor mijn vrouw en kinderen.’ Het bakje kersen drukt hij in mijn handen wanneer hij ons op een tankstation rondom Bremen afzet. ‘Ik heb nog wel stroopwafels,’ verzekert hij me voordat hij weg rijdt.

Die nacht slapen we in een tentje achter een reusachtig tankstation in midden Duitsland. Het is koud, mijn reismaat Kotowski begint over spoken. Niet veel later boort een teek zich in zijn duim. Heerlijk. We zijn onderweg.

Dag 9: Kiev (UA)

Reizen dwingt tot nadenken.

Na een avond stappen met een oude bekenden in de Oekraïense hoofdstad, besluiten we een laatste blik op metropool te werpen vanaf lang vergeten bouwterrein. Terwijl onze bekenden Kotowski en Asia dieper het betonskelet in lopen, pis ik tegen een muur.
‘Schrik niet,’ zegt een stem, ‘maar kijk uit dat je niet valt.’ Twee daklozen kijken vanaf beneden naar de drie twintigers die door het gebouw klauteren. Ik schaam me. Daar sta ik dan te pissen tegen hun woning.

‘Ik werd naar Afghanistan uitgezonden en kreeg bij terugkomst problemen met mijn rug,’ antwoordt een van hen kalm op de vraag hoe ze op straat terecht zijn gekomen. Hij werd arbeidsongeschikt verklaard. Het gebouw had een revalidatiecentrum moeten worden voor Afghanistanveteranen, maar het eind van de Sovjet-Unie was in zicht en de bouw werd stopgezet. ‘Toch is het ons huis geworden.’

Misschien was het de alcohol, maar ik vocht tegen de tranen. Waar de grens binnen de Europese Unie nog slechts een sociale constructie is, staan zij in de tegenovergestelde richting voor de zwaarbewaakte poorten van Fort Europa. Waar zeur ik in hemelsnaam over? Minder studiefinanciering? Vecht tegen die tranen, Triebert. Ik moet niet huilen. Ik ben bevoorrecht dat ik hier überhaupt sta.

Kotowski biedt ze een sigaret aan. Ze bedanken ervoor. ‘We hebben zelf wel.’

Dag 21: Moskou (RUS)

Het Rode Plein is een must see, zegt de Lonely Planet. Een jongen in het hostel vond het maar tegenvallen: ‘Je leest, hoort en ziet er zo veel over dat ik het veel indrukwekkender had verwacht. Je kan er geen fatsoenlijke stap zetten of je beukt een Japanner omver.’

De Franse filosoof Jean Baudrillard stelde dat we in een hyperrealiteit leven. ‘Als we bepaalde plekken in de wereld bezoeken, hebben we die al zo vaak gezien dat we de werkelijkheid ervaren als een schijnwerkelijkheid.’ Daardoor kunnen we niet meer met nieuwe ogen naar zulke plekken kijken, want we hebben al bepaalde beelden in ons hoofd. De must see heb je al gezien voor dat je er ooit bent geweest.

Tijd om up the country te gaan.

Dag 32: Kem’ – Moermansk (RUS)

oordat mijn vriendin naar Rusland vertrok, verklaarden haar Slavische vrienden haar voor gek. ‘Liftend? Je gaat dood. Ik verzeker het je.’ Niets bleek minder waar. Het gevaarlijkste wat ons overkwam tijdens het liften was een vliegende asbak in Karelië. Een Azerbeidzjaan gaf ons een lift in zijn bedrijfstruck. Hij was moslim, maar alleen in de moskee want hij hield van alcohol en vrouwen. Later kwam ik er achter dat er helemaal geen moskee staat in Karelië. Per ongeluk stootte ik met mijn lompe Hollandse benen tegen de ingebouwde asbak in het dashboardkastje. Die viel er uit. Ik probeerde het terug te zetten, maar dat was niet nodig. De chauffeur draaide zijn raampje naar beneden, scheurde de helft van het dashboard eruit en gooide het uit het raam de snelweg op. Op de vraag of dat niet gevaarlijk was, antwoordde hij simpel: ‘This is Russia.’

Wat ook Russisch is, is dat Russische mannen zeer respectvol en behoudend zijn tegenover een ‘bezet meisje’. Zo behoudend dat ze mijn vriendin compleet negeerden. Zelfs in een rit van acht uur naar Moermansk. Alhoewel, een multimiljonair die we ontmoetten op de hydrofoil (een Sovjet hovercraft) van Petrozavodsk naar Kizhi, kneep mijn vriendin vol in haar billen nadat hij twee bier voor mij had gekocht. Dat was jammer. Vooral omdat hij breed was. Zo breed dat hij rustig nog twee biertjes bestelde toen zijn vriendin hem in elkaar probeerde te slaan. Wat dan weer wel leuk was is dat dit allemaal naast nachtclub ‘Das Kapital’ gebeurde waar biertjes zes euro per glas kostten – aan de Karl Marx-straat.

Christiaan Triebert (22) is student Internationale Betrekkingen en ontvlucht Groningen zodra hij de tijd heeft. Op het blog ‘Asfalt en een Slaapzak’ publiceert hij dagboekfragmenten uit die reizen. Afgelopen zomer liftte hij een grote driehoek door Europa. Dit was een selectie van zijn verhalen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.