Sigur Rós

Sigur Rós is muziek waar je van moet houden. En dat doen wij. Op 21 februari stonden de IJslandse mannen in de Heineken Music Hall in Amsterdam. Sigur Rós wordt ook wel omschreven als een post-rockband. Ze maken symfonische, melodische, droomachtige en af en toe dreigende muziek. Karakteristiek is daarbij dat zanger en gitarist Jonsí zijn elektrische gitaar bespeelt met de strijkstok van een cello in plaats van met een plectrum.

Eerst werden we getrakteerd op een voorprogramma van Blanck Mass. Of nou ja, getrakteerd… het was het kortste voorprogramma in de geschiedenis van voorprogramma’s, en het was bovendien niet zo heel boeiend. Het bestond uit experimentele elektromuziek, wat neerkwam op een kerel die een kwartiertje stond te pierepoeren met een laptop, waarna Sigur Rós drie kwartier stond te soundchecken. Het was redelijk onderhoudend, maar niet om live naar te kijken.

Sigur Rós krijgt nog wel eens de kritiek dat er te weinig gecommuniceerd wordt met hun publiek en dat de bandleden in hun eentje staan te spelen. Dit is zowel waar als onwaar. Waar, omdat er tijdens de eerste paar nummers van het concert een dun, transparant doek tussen het podium en de band hing, waardoor je alleen maar de silhouetten van de bandleden zag. Ze zeggen bovendien niets tegen hun publiek, en de bandleden worden niet voorgesteld. Maar aan de andere kant storten de bandleden en voornamelijk Jonsí echt hun hart uit op het podium. De droefheid in Jonsí’s stem is oprecht. De band geeft echt alles wat ze in zich heeft, en het vergt behoorlijk veel energie om zo iedere dag een concert van twee uur te geven. Wij buigen daar diep voor.

Naar het einde van het concert toe ebt de concentratie van het publiek een beetje weg, en dreigt de show uit te gaan als een nachtkaarsje. De band weet dit om te keren door af te sluiten met publieksfavoriet Popplagid, wat heel zachtjes en ingetogen begint en via een crescendo eindigt in een euforisch, denderend, kippenvelclimax. Het is jammer dat we zo onvergeeflijk hard weer terugvallen in de werkelijkheid als we meteen na het concert naar de laatste trein moeten rennen.