RUG Open Access

Werken aan de grensbewaking van het weten

Open-Access

[dropcap]H[/dropcap]et is misschien wel studentenergernis nummer één: readers. Uiteindelijk zijn de dingen niets anders dan bundeltjes kopieerpapier, maar de bedragen die er voor moeten worden neergeteld, doen vermoeden dat het om gebonden, full colour studieboeken gaat. En als het even tegenzit moet de student na het kopen van een reader zelf nog eens op pad om een stapel aanvullende artikelen uit te printen. Dit alles omdat er op de betreffende artikelen auteursrecht rust: iemand heeft de betreffende artikelen ooit geschreven, en het is wel zo netjes als diegene daarvoor dan ook geld ontvangt. Niks aan te doen dus. Of toch wel?

Volgens Esther Hoorn, die bij de UB dienst doet als zogeheten ‘Auteursrechten Informatiepunt’, zijn alternatieven voor het huidige systeem goed mogelijk. Sterker nog, volgens Hoorn zijn ze noodzakelijk. Eén van haar belangrijkste taken is om voorlichting te geven over Open Access, en waarom de academische wereld daar eigenlijk massaal op over zou moeten stappen. Die voorlichting is hard nodig, want over de gang van zaken rondom auteursrecht bestaan nog een hoop misverstanden.

“De vergoedingen die voor artikelen betaald moeten worden,” vertelt Hoorn, “komen zelden bij de auteurs terecht.” In plaats daarvan belandt al het geld dat op deze manier wordt opgehaald in de zak van de uitgever. Wetenschappers moeten leven van het loon dat ze van hun universiteit krijgen; voor publicaties krijgen ze niets betaald. Wetenschappers geven hun auteursrecht vaak standaard weg aan de uitgever, zonder daar iets voor terug te krijgen. Dat terwijl iemand die de publicatie wil lezen, daar wel geld voor neer moet tellen. Een uitgever als Elsevier weet hierdoor een jaarlijkse winst van 35% te behalen. ‘Dat zijn winstmarges waar zelfs Apple niet op durft te hopen,’ aldus Hoorn.

Een dergelijk systeem zorgt bovendien voor meer problemen dan alleen wat geërgerde studenten. Hoorn weet te vertellen dat de RUG jaarlijks, naast wat de studenten betalen voor hergebruik van artikelen in het onderwijs, 6 miljoen euro kwijt is aan licenties voor big deals met uitgevers als Elsevier. En omdat het aantal publicaties dat wordt uitgebracht alsmaar toeneemt, zal dit bedrag steeds hoger worden. Op zich weet de RUG dergelijke bedragen nog wel op te hoesten, maar wat te denken van universiteiten in landen als India of Zuid-Afrika? Daar blijkt het niet ongebruikelijk dat studenten tot arts worden opgeleid, zonder ooit toegang te krijgen tot de meest recente inzichten op het gebied van geneeskunde. Een kwalijke zaak, want Hoorn merkt op dat al dat onderzoek uiteindelijk wordt gefinancierd met publiek geld. Zouden de resultaten dan niet ook publiekelijk toegankelijk moeten zijn?

Volgens Hoorn zou een overstap naar Open Access voor al deze problemen een oplossing bieden. Door academische publicaties vrij toegankelijk te maken, zouden zowel studenten als universiteiten fors kosten besparen. Bovendien zouden ook niet academisch opgeleide mensen de kans krijgen op deze manier kennis tot zich te nemen. Democratisering van kennis dus; een mooi ideaal. Vanuit deze gedachte heeft de RUG in 2005 de Berlin Declaration ondertekend, waarmee de universiteit officieel vastlegde dat ze al haar onderzoeksresultaten en -gegevens zo ruim mogelijk digitaal beschikbaar zo maken. Inmiddels hebben meer dan 400 organisaties, waaronder erg veel universiteiten, deze verklaring ondertekend en heeft ook de Europese Commissie zich openlijk voor Open Access uitgesproken. Toch blijkt dat de overstap naar vrije distributie van informatie maar moeilijk gemaakt kan worden.

Volgens Hoorn komt dit vooral omdat individuele wetenschappers nog te veel aan het oude systeem blijven vasthouden. Niet zozeer omdat zij er voordeel van hebben, maar omdat ze in veel gevallen hun strategische gedrag – zo publiceren dat je het vaakst geciteerd wordt – hebben aangepast aan de eisen van dat systeem. Een nieuwe manier van publiceren zou nieuw gedrag vereisen, en die overgang wordt niet gemakkelijk gemaakt. Dit is jammer, want wetenschappers zouden volgens Hoorn juist erg van Open Access kunnen profiteren. Het blijkt namelijk dat publicaties die vrij toegankelijk gemaakt worden, ook meteen vaker worden geciteerd in verder onderzoek. Open Access vergroot de zichtbaarheid van onderzoekers dus.

Dat betekent niet dat er geen nadelen aan vrije publicatie kleven. Elk systeem brengt natuurlijk zijn eigen obstakels met zich mee. Zo moet er voor Open Access een manier worden gevonden om de organisatie van de peer review te bekostigen– iets dat nu nog door de uitgevers wordt gedaan –. Hoorn ziet hierin echter geen onoverkomelijke problemen. De omslag moet volgens haar hoe dan ook gemaakt worden, dus liever vandaag dan morgen. Om dit te bewerkstelligen ziet ze het liefst dat faculteiten Open Access beleid aannemen. Steeds meer faculteiten wereldwijd kiezen voor een Open Access beleid waarbij de auteurs de instelling het recht geven om hun artikelen te archiveren en open beschikbaar te maken. Dat stukje van het auteursrecht kan de wetenschapper dan niet meer zomaar aan de uitgever overdragen. Zelfs bij Harvard, die met dit beleid begon, wordt er altijd een uitzondering gemaakt als een wetenschapper daarom vraagt. Wetenschappers worden op die manier gedwongen over de kwestie na te denken.

Of een dergelijk beleid er in de nabije toekomst aan zit te komen is maar zeer de vraag, maar individuele onderzoekers kunnen wanneer ze willen de overstap maken. Zij kunnen ook als ze bij uitgevers achter een hekje publiceren, hun laatste auteursversie via een repository online beschikbaar maken. Studenten zouden hierbij kunnen helpen door hun docenten te benaderen, want, in de woorden van Esther Hoorn, ‘Open Access heeft champions nodig.’ Mensen die het goede voorbeeld geven dus.

Wie meer over Open Access wil weten kan zich inschrijven voor de Open Access nieuwsbrief die Esther Hoorn drie keer per jaar uitbrengt, haar volgen op Twitter (@ehoorn) of het boek Open Access van Peter Suber erop naslaan (ironisch genoeg nog niet vrij toegankelijk; gelukkig heeft de UB hem in de kast staan). Ook stellen Esther Hoorn en de UB zich graag beschikbaar voor het begeleiden van scripties of onderzoek naar Open Access.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.