Otobusrellie

Ik weet er weinig meer van. Ik schrijf een recensie van een theaterstuk dat ik nooit gezien heb. Nou ja, ik heb het stuk wel gezien maar ik was aardig dronken. Zeg maar gerust zat. Ladderzat. In grote lijnen weet ik nog waar het stuk over ging, maar alle details zijn weg. Het theaterstuk heet ‘Carnaval 2013’. En één van de belangrijkste scenes in dit stuk is de Otobusrellie.

De otobusrellie wordt elke carnaval georganiseerd onder het motto: glaasje op, laat je rijden. Zo laten zes –en dertig busladingen vol met brakke mensen zich naar verschillende kroegen in Tullepetaonestad (Roosendaal) en de dorpen in de buurt rijden. Op zondag om 13:11 uur zoekt iedereen zijn bus uit en start de rellie. De startkroeg is elke keer weer onwennig. Met gepaste tegenzin worden de eerste glazen pils besteld, en worden er wat wanhopige pogingen tot polonaisevorming gedaan. Deze pogingen lopen vooralsnog nergens op uit, en het kost de busbaas dan ook weinig moeite om na drie kwartier zijn kudde weer bij elkaar te drijven en de tweede kroeg op te zoeken.

Terug in de bus blijkt iedereen vooral erg comfortabel en op zijn gemak te zijn. De kater van de carnavals zaterdag heeft dankzij het goudgele smeermiddel plaats gemaakt voor een enorm Yin&Yang gevoel, een gevoel van evenwicht, van euforie, laat alles maar varen! Zo beginnen de verschillende vriendengroepen in de bus steeds meer één geheel te worden en ontstaat er een aangenaam gevoel van saamhorigheid. En als de buschauffeur dan omroept dat er ‘in de volgende kroeg pepkes (flesjes Jupiler) aanwezig zijn’ slaat de euforie om in een enorme dorst. Wanneer de bus tot stilstand komt spoedt de inhoud hiervan zich als een groep gezellige Noormannen naar kroeg nummer twee. Daar hebben we Hilde ontmoet. En daar ging het mis.

Hilde zegt dat ze in de steek is gelaten door haar vrienden, die waren ziek. Nu is ze maar alleen gegaan. Hilde is een aanhankelijke vrouw van ongeveer veertig, die enorm van Jägermeister houdt. Ook om twee uur ’s middags. Het voelt fijn om de dag van Hilde goed te maken. Maar het was niet nodig geweest om dit uit te laten betalen met glazen Jägermeister. Het is ook niet erg, je komt gewoon wat eerder op gang dan normaal. En als de busbaas zijn schaapjes dan weer groepeert, zie je de stoere Noormannen als verlopen, verlepte, verklede feestgangers, met samengeknepen oogjes, lallend en zingend naar buiten komen, om zich vervolgens weer in de bus te storten.

Onderweg naar kroeg nummer drie vindt Hilde het niet erg om als mijn hoofdkussen te dienen. Daar wordt dan ook dankbaar gebruik van gemaakt. Tegelijkertijd staat de cabin crew, een jonge dronken dame in stewardessenpakje, al wankelend totáál overbodige veiligheidsinstructies te geven. Terwijl ik nog wat verder tegen Hilde aan zak begint de schommelende bus steeds meer aan te voelen als een soort luchtballon. Een erg prettige roes, een droomwereld waar je nooit meer uit wilt stappen. De bus zit vol gezellige, gemoedelijke, maar vooral beschonken mensen, die er allemaal een mooi feest van willen maken. En dan is het pas vier uur in de middag..

De laatste twee uur waren vast ook erg gezellig. Ik weet het eigenlijk niet meer. Af en toe komen er nog flarden terug in mijn gedachten, en dat is fijn. Dat helpt je het laatste beetje winter door. Ik weet niet of ik Hilde ooit nog zie. Ik denk het niet, en dat is misschien maar beter ook. De hoofdrolspeelster van het theaterstuk is in de echte wereld nooit zo leuk als op het podium.