Niet te geLeuven

Gluren-bij-de-buren-rubriek

Nee. Ik hou geen waarbenjij-punt-nu bij. Nee. Ik plaats geen ‘joe-hoi-ik-ben-dronken-foto’s’ op Facebook om te laten zien dat ik het echt heel leuk heb in het buitenland. Nee. Ik heb nu niet ineens een Vlaams accent. Nee. Nee. Nee.

Ja. Een jaar college kost hier inderdaad maar 600 euro.

Nou. België dus. Of eigenlijk moet ik zeggen Vlaanderen. Want België is niet één maar twee, of zelfs geen. Ik lees nu het boek: België, een geschiedenis zonder land. De titel zegt genoeg. De strijd tussen de Nederlandstalige Belgen en de Franstalige Belgen is om moe van te worden. De Vlamingen hebben het dan ook niet over Belgen, maar over Vlamingen en Walen. Uitwisseling wordt niet gewaardeerd.

Uitwisseling tussen Vlaanderen en Nederland ook niet.

Als Nederlander, of zoals ze hier zeggen ‘Hollander’, kun je je nergens meer achter verschuilen zodra je je mond opentrekt. Het gezicht van je gesprekspartner komt op standje Hollander te staan en het eerste wat ze zeggen is: ‘Wablief?’ Eerst dacht ik dat ze me niet verstonden. Inmiddels weet ik dat het een standaardreactie is bij het horen van een Hollands accent.

Niet alleen ik, maar ook mijn fiets moet wennen hier in Leuven. De zwarte opoefiets ‘Old Dutch’, is niet een fiets die hier past. Je ziet voornamelijk de tussenvorm van een gewone fiets en een racefiets. Dus ook als ik m’n mond dicht heb, verloochent mijn fiets mijn afkomst niet.

Maar het kan me niet schelen. Ik ben er trots op. Ik was dan ook in alle staten toen ik op een ochtend een flyer aantrof aan mijn stuur. Ik had weinig tijd om het te lezen, ik moest weg. Het enige wat ik las waren de woorden: oud – achtergelaten – wrak. Toen ik mijn trots parkeerde in het centrum moest ik toch weten wie mijn fiets beledigde. Het was de Gemeente Leuven. Een vriendelijke Vlaming zonder standje Hollander, wist te vertellen dat alle fietswrakken uit de stad verwijderd worden, die over een maand nog steeds op dezelfde plek staan.

Oké.

Geen vergeving, maar gelukkig was ie veilig. Want mijn fiets is mijn alles en brengt me overal in Leuven. Alleen is er één probleem. Leuven is gebouwd op bergen. En elke keer dat ik naar college moet, moet ik de berg op. De Vlamingen zetten dan een tandje bij door in z’n één te schakelen. Maar voor mij is het elke keer weer zweten, totdat ik de top heb bereikt. De top die de horizon voor je verbergt totdat je alles op alles hebt gezet.

Een Nederlands studiegenootje merkte laatst droog op dat ze ook met die berg in gevecht was. Of ik wist dat die berg de ‘Ramberg’ heette. Nee. Dat wist ik niet, maar ik had al zo’n vermoeden.